Saturday 22 November
SITE NAVIGATOR
Home (Public)
    Patient Info (NED)
SITE MAP
Browse the UROlog website

INFO SUPPORTED BY
     OUR SPONSORS
Prostaat, De Meest Gestelde Vragen Alles wat U altijd al over de prostaat wilde weten
Heldere antwoorden op veelgestelde vragen
Geschreven door UROlog redacteur en uroloog Joop Noordzij
Bestel het boek via bol.com
E-MAIL UROLOG
HONcode accreditation seal. We comply with the HONcode standard for health trust worthy information: verify here.
 
 

Patiënten informatie: PROSTAAT

URO SPECIAL. Special pages for special problems. Information on frequent urological problems. Impotence - Interstitial Cystitis - Vasectomy Reversal   NIER. Een inleiding over de vorm, ligging en grootte van de nieren en hun functie in het dagelijks leven van een mens. Over wat er mis kan gaan en hoe je daar achter komt. En wat er aan gedaan kan worden natuurlijk.   BLAAS. Waar zit-ie en waar dient-ie voor. Geeft de blaas weleens problemen en, zo ja, wat voor problemen dan wel. Wat voor onderzoek kun je doen. Welke oplossingen zijn er voor handen als de blaas niet goed functioneert.   PROSTAAT. Een, vooral voor ouderen, tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen echter niet weten waarvoor het dient of waar het precies in het lichaam is gelokaliseerd. Hoe kom je er achter of de prostaat het 'niet goed doet' of wellicht zelfs 'in de weg zit'. Hoe kunnen problemen worden opgelost. Inclusief een zelf-test om plasproblemen te kunnen inschatten.   PENIS. Een, vooral voor jongeren tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen wel weten waarvoor het dient en waar het te vinden is. Wat een flink aantal mensen niet weten is hoe het (hij) werkt en wat de mogelijkheden zijn als het (hij) niet werkt.   TESTIKEL. Evenals de nieren een dubbel uitgevoerd orgaan dat twee functies in zich verenigt. Wat kan er mis gaan, en hoe kunnen we dat oplossen. Hoe kun je de functie testen.   UROLOGIE. Wat is een uroloog eigenlijk voor iemand, wat doet hij/zij. Welk stuk van het lichaam behoort tot het 'gebied' van het specialisme urologie. Tevens de plaats voor de verantwoording van de Urologie Pagina.   Patiënten-INFORMATIE. PatiŽnt-informatie betreffende verschillende urologische onderzoeken en behandelingen. 'Wat gebeurt er met me' en 'Hoe gaan ze het doen'.   Patiënten VERENIGINGEN. Adressen van de verschillende patiŽnt verenigingen in Nederland op het gebied van urologie. UROPANEL. Vragen stellen aan het urologie panel.

Prostaat

Top OMHOOG OMLAAG

Anatomie

PROSTAATDe prostaat is een relatief klein, ongeveer kastanje-groot orgaan dat zich, alleen bij de man, juist onder de blaas aan het begin van de plasbuis bevindt. Aan de voorkant ligt hij tegen het schaambeen aan, aan de achterkant ligt de endeldarm. De prostaat ligt dus om de plasbuis heen en zou, als-ie groter wordt, de plasbuis kunnen vernau wen. De prostaat is een klier, en bestaat uit miljarden kleine buisjes, die met z'n allen het zaadvocht maken. Eigenlijk is de prostaat niet één klier, maar een aantal klieren tezamen binnen één kapsel (bindweefselwand). In het kapsel, dus de buitenwand van de prostaat bevinden zich ook nog spiervezeltjes, die mogelijk een functie hebben bij de zaadlo zing.
Onder de prostaat, dus stroomafwaarts, ligt de sluitspier van de blaas/plasbuis. Min of meer dwars door de prostaat heen lopen een tweetal zaadleiders, die uiteindelijk afkomstig zijn van de bijballen/testikels. Natuurlijk zal hier alleen tijdens een zaadlozing bij het klaarkomen daadwerkelijk sperma doorheen stromen. Van dit sperma wordt overigens een klein voorraadje aangehouden in de zaadblaasjes, twee stuks, die zich links en rechts tussen prostaat en blaas bevinden. Het is van belang te weten dat er een verbinding bestaat van de bijballen naar de prostaat, en vice versa.
Vlak naast de prostaat lopen een aantal zenuwbundeltjes die naar de penis lopen en belangrijk zijn voor het optreden van erecties.
Normaliter is de prostaat ongeveer 15 ml. groot; hij kan echter gedurende het leven groeien, waarbij volumes van 100 ml. of meer geen uitzondering zijn.

Top OMHOOG OMLAAG

Functie

De prostaat is een klier: het prostaatweefsel produceert dus iets, namelijk zaadvocht. Sperma bestaat voor een groot deel uit zaadvocht en maar voor een heel klein gedeelte uit zaadcellen. Dat is ook de reden dat na een sterilisatie, waarbij immers de zaadleiders boven de bijballen worden doorgeknipt en afgebonden, er toch nog altijd sperma tijdens een 'zaadlozing' wordt geproduceerd. Na een sterilisatie ziet het sperma er niet anders uit dan voorheen, omdat het aandeel van de zaadcellen daarin zo klein is. Tijdens een zaadlozing worden de prostaat en de zaadblaasjes 'uitgeknepen', zodat een hoeveelheid sperma in de plasbuis wordt gespoten en uiteindelijk via de penis het lichaam verlaat.
De reden dat het sperma niet 'de verkeerde kant' uit gaat (naar de blaas toe) is gelegen in het feit dat voor dit doel een speciaal klein afsluitspiertje is geschapen (of, zo U wil, geëvolueerd) dat dit verhindert. Dit spiertje ligt nèt tussen prostaat en blaas in, om de plasbuis heen; het wordt alleen actief tijdens zaadlozingen en sluit de plasbuis daar dan af, zodat het sperma niet naar de blaas kan. Dat is ook de reden dat er om en nabij het tijdstip van klaarkomen (en voor sommige mannen tijdens de gehele erectie) niet geplast kan worden.
De prostaat is een typisch mannelijk orgaan, dat bij de vrouw niet voorkomt (het klinkt misschien vreemd om dit zo te zeggen, maar bijvoorbeeld zoiets vrouwelijks als tepels komen bij de man wèl voor). Bij de geboorte is-ie al aanwezig, maar heel klein. Onder invloed van het mannelijk geslachtshormoon (testosteron) groeit de prostaat in de puberteitsjaren tot volwassen grootte. Later kan het orgaan bij een aantal mannen in de loop van de jaren steeds groter worden, hoewel dat gelukkig zeker niet altijd gebeurt. Als er geen testosteron wordt gemaakt in het lichaam, bijvoorbeeld na een castratie (zoals destijds bij eunuchen in de harem van de sultan) dan zal de prostaat niet uitgroeien, of, als dat op latere leeftijd gebeurt, al de prostaat weer kleiner worden.

Top OMHOOG OMLAAG

Ziekten en Klachten

In grote lijnen kan de prostaat drie dingen overkomen: infectie, vergroting, kanker.


     
  • Prostatitis (prostaat-ontsteking). Bij een prostaat-ontsteking is er meestal sprake van een infectie (met bacteriën) van het klierweefsel van de prostaat. Deze infectie komt bijna altijd voort uit een eerdere blaasontsteking. In plasbuis en blaas komen altijd wel bacteriën voor; het is er vochtig, warm en er worden via de urine een heleboel voedingsstoffen voor de bacteriën aangereikt. Het zijn eigenlijk bijna altijd de 'bekende' eigen darmbacteriën die hier rondhangen, en die doen normaliter weinig kwaad: het zijn nuttige bacteriën, die in het darmkanaal helpen bij de spijsvertering. Via de urine worden deze bacteriën, die natuurlijk eigenlijk niet in plasbuis en blaas thuishoren, regelmatig naar buiten gespoeld, voordat er (want het zijn net konijnen) teveel van komen. In de blaas is er overigens door moeder natuur op gerekend dat er een aantal bacteriën aanweig zijn, en de blaas kan dan ook wel tegen een stootje.
    In bepaalde omstandigheden (weing drinken, weinig urineproductie bij veel transpireren in de zomer, verminderde weerstand bij griep, agressievere bacteriën) kan er echter toch een dusdanig groot aantal bacteriën ontstaan, dat dit leidt tot een infectie van blaas en/of prostaat. Vaak gaat de blaasontsteking dan weer vanzelf over (die spoelt zichzelf weer schoon), maar bij de prostaat gaat dat moeilijker. Ten eerste stroomt er wel urine langs, maar niet er doorheen, zodat de prostaat niet zo makkelijk kan worden doorgespoeld. Ten tweede is om één of andere reden de weerstand tegen infecties in de prostaat niet zo hoog; mogelijk is dat een gevolg van het feit dat de bacteriën die erbij betrokken zijn geen absolute 'vreemden' zijn voor ons afweersysteem - het zijn immers meestal de eigen darmbacteriën. Zolang de bacteriën maar niet al te agressief zijn, worden ze relatief ongemoeid gelaten door de lichaamsafweer. Anders is het met sommige geslachtsziekten die een prostaat-ontsteking kunnen veroorzaken; hierop wordt door het lichaam vaak heftig gereageerd met hoge koorts en ernstig ziekzijn.
    Meestal valt het met de klachten bij een prostatitis dus wel mee, en sommige mannen hebben al een hele tijd een ontsteking, voordat ze het merken. Een prostaatontsteking geeft vaak pijnklachten, die heel verschillend gelokaliseerd kunnen zijn: in het kruis, de onderbuik, liezen, rug. Meestal een zeurende pijn, die overigens ook wel weer 'ns een paar dagen weg kan zijn. Tevens kan er sprake zijn van irritatie bij het plassen: vaker moeten plassen, niet lang de plas kunnen ophouden, branderigheid bij het plassen. De irritatie wordt veroorzaakt doordat de prostaat zo dicht bij de blaas ligt en die derhalve irriteert. Tevens worden er waarschijnlijk regelmatig bacteriën vanuit het 'bruggehoofd' (de prostaat) 'uitgestrooid' naar blaas of plasbuis, wat dan weer extra irritatie geeft. Ook kunnen bacteriën 'tegen de stroom in' de zaadleider ingaan en uiteindelijk pijn in de liezen geven, of een bijbalontsteking.
    Door de ontsteking kan de prostaat iets opzwellen, zodat het plassen wat moeilijker gaat en de urinestraal slapper wordt.

    Als de prostaat uiteindelijk weer is genezen (vanzelf, of na een antibioticakuur), dan zullen meestal wat littekentjes achterblijven, die op zichzelf geen klachten geven, maar wel de kans op een nieuwe infectie vergroten. Een prostatitis geeft geen hogere kans op prostaatkanker. Hoewel er meestal geen duidelijke oorzaak voor de prostatitis wordt gevonden, kunnen er soms omstandigheden zijn die e.e.a. in de hand werken: een vergrote prostaat (BPH), of prostaatcysten. In het geval van prostaatcysten is er sprake van kleine, met vocht gevulde holtes in het prostaatweefsel, waar bacteriën, ondanks behandeling met antibiotica, kunnen overleven zodat de ontsteking blijft bestaan.
     

  • Prostatodynie ('prostaatpijn'). Soms kan er sprake zijn van een 'gevoelige' prostaat: regelmatig terugkerende, vage pijnklachten in onderbuik, liezen, in het kruis, die soms na een zaadlozing optreden, soms juist ervoor, of er helemaal niets mee te maken hebben. Net als een daarvoor gevoelige maag kan opspelen bij spanningen op het werk of thuis (brandend maagzuur), zo kan ook het prostaatgebied (prostaat, blaas, plasbuis, bijbal) bij spanningen (stress) geïrriteerd raken en pijnklachten geven. Vaak is er dan met de blaas of prostaat op zich niets aan de hand, hoewel e.e.a. wèl vaker voor kan komen bij die mannen die eerder prostaatontstekingen hadden. Men noemt dit prostatodynie of prostaatpijn.
     
  • Overactieve bekkenbodem. Een derde oorzaak van pijnklachten in dit gebied is de zogenaamde overactieve bekkenbodem. Het mannelijk (en vrouwelijk) bekken bestaat grofweg uit een verticale cilinder van bot. Aan de zijkanten zitten de benen 'gemonteerd' en aan de achterzijde, erbovenop, de wervelkolom. De onderkant van het bekken is hol en wordt afgesloten door een vlechtwerk van spieren, net zoals de zitting van een oude stoel. In het vlechtwerk zitten enkele 'gaten' om bijvoorbeeld de endeldarm en de plasbuis, maar ook andere structuren als bloedvaten en zenuwen door te laten. Om lekkage van ontlasting en urine te voorkomen, staat er altijd spanning op het vlechtwerk van spieren - alleen bij plassen en poepen wordt een deel van de spieren tijdelijk ontspannen zodat urine en ontlasting erdoor kan.
    Soms is sprake van een te hoge spierspanning in de bekkenbodem, waardoor sommige organen en zenuwen langdurig onder druk komen te staan. Dan kunnen, zowel bij mannen als vrouwen, problemen ontstaan: pijnklachten in de onderbuik, kruis en liezen, pijn in de rug, moeilijk plassen, of pijn bij het vrijen. Mannen kunne dan klachten hebben di sterk doen denken aan een prostaatontsteking of prostatodynie en het kan soms moelijk zijn om aan te tonen wat er aan de hand is. Zelfs kan het zo zijn dat een overactieve bekkenbodem met een prostaatontsteking is begonnen, waardoor de bekkenbodem is geirriteerd. Vaak echter worden deze klachten gezien bij mannen met een actief zittend beroep, zoals vrachtwagenchauffeurs die vaak vele uren achtereen gespannen in eenzelfde houding zitten en daarmee de bekkenbodem eenzijdig belasten. Spier-ontspanningsoefeningen onder leiding van een fysiotherapeut kunnen vaak uitkomst bieden.
     
  • Liesblessure. Een vierde oorzaak voor pijnklachten, met name in de lies, is een overbelasting van sommige pezen in de lies, zoals bijvoorbeeld voetballers kan overkomen die op een glad grasveld onderuitgaan en daarmee een plotselinge ruk aan bepaalde liespezen geven. Een dergelijke blessure kan soms zelfs relatief ongemerkt verlopen (de wedstrijd wordt gewoon afgemaakt) maar later toch weer opspelen doordat de aanhechting van de pees aan het bot geen rust krijgt (tijdens het lopen wordt er voortdurend aan getrokken). Sommige voetballers zijn dan een heel seizoen uitgeschakeld, maar ook als niet-voetballer kan het geruime tijd duren voordat de klachten zijn verdwenen. Rust en fysiotherapie wordn ter behandeling toegepast.
     
  • Prostaatvergroting, BPH (Benigne Prostaat Hyperplasie). Bij de meeste mannen zal in de loop van de jaren langzamerhand een goedaardige vergroting van de prostaat optreden. Waarom dit vaak wel, en soms niet gebeurt is niet duidelijk. Hoewel het mannelijk geslachtshormoon testosteron noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling en groei van de prostaat (zonder testosteron geen prostaatvergroting), is het niet zo dat bijvoorbeeld een hoog testosterongehalte in het bloed (er zijn wat betreft dit gehalte aanzienlijke verschillen tussen verschillende mannen) eerder leidt tot BPH.
    Ook is het niet zo dat een prostaatvergroting altijd tot klachten leidt. Sommige mannen hebben een heel grote prostaat maar plassen prima, terwijl anderen met een slechts licht vergrote prostaat helemaal niet meer kunnen plassen.
    Wanneer de BPH wèl klachten veroorzaakt, dan begint dit meestal met een verminderde straalkracht bij het plassen. Het duurt gewoon langer tot de blaas leeg is. Dat komt doordat de vergrote prostaat (die immers om de plasbuis heen zit) de plasbuis kan dichtdrukken, waardoor de doorgang voor urine kleiner wordt en de straal minder. Deze vermindering verloopt over vele jaren zodat het vaak niet opvalt. Daarbij denken sommige mannen dat het bij hun leeftijd hoort dat ze zo'n slappe straal hebben. Doordat de vergrote prostaat ook de blaas begint te irriteren, moeten sommige mannen ook vaker plassen en moeten ze soms meerdere malen 's nachts het bed uit. Gelukkig is de blaas, die uiteindelijk de spierkracht levert voor de urinestraal, in staat om in de loop van de jaren sterker te worden. Bij een cystoscopie is dat vaak goed te zien aan dikke spierbundels in de blaas. Echter, deze voortdurende vergroting van de kracht van de blaasspier heeft zo z'n grenzen: op een gegeven moment kan de blaas niet krachtiger meer worden en zal hij de strijd verliezen met de steeds meer in de weg zittende prostaat. Vanaf dat moment, wanneer de prostaat nog groter wordt, zal de blaas na het plassen niet meer helemaal leeg raken. Er blijft bij een toenemende grootte van de prostaat steeds meer urine in de blaas achter; ook dit gaat meestal zo langzaam dat het niet wordt opgemerkt. Totdat het op een kwade dag, meestal na een feestje (alcohol heeft een negatief effect op spierkracht in het algemeen, dus ook op de 'blaaskracht'), het opeens helemaal niet meer lukt om te plassen.

    Natuurlijk hoeft het zover niet te komen. Soms houdt de groei van de prostaat opeens op. Vaak kan de prostaatgroei ook jaren 'stagneren', om dan vervolgens weer toe te nemen. In een aantal gevallen zijn het de klachten, die de patiënt naar de dokter voeren: slappere straal, moeite met 'op gang komen', nadruppelen na het plassen, vaak plassen. In andere gevallen zijn eigenlijk de complicaties de reden: niet meer kunnen plassen, blaas- en/of prostaatontstekingen of blaasstenen (doordat er voortdurend urine in de blaas achter blijft). Prostaatkanker behoort gelukkig niet tot de complicaties van BPH.

    Gelukkig komen meer en meer mannen tegenwoordig gelukkig 'op tijd' bij de dokter. Als te lang met behandeling gewacht wordt, dan wordt het òf een stuk moeilijker, òf het is (bijvoorbeeld bij een overrekte blaas) helemaal niet meer mogelijk de ziekte te genezen. Elders op deze Urologische Pagina vindt U een vragenlijst, die het U mogelijk maakt om te bepalen of het noodzakelijk is een arts te raadplegen voor (Uw) plasproblemen. Indien U klachten hebt, maar ondanks de vragenlijst toch twijfelt, dan is een bezoek aan de huisarts aan te bevelen. Mogelijke verdere onderzoeken zijn: rectaal toucher (onderzoek van de prostaat met de vinger via de endeldarm), bloedonderzoek, cystoscopie, echografie.
     

  • Prostaatkanker. Alle mannen zullen waarschijnlijk ooit prostaatkanker krijgen, tenzij ze op jonge leeftijd gecastreerd zijn en geen mannelijk geslachtshormoon (testosteron) in het bloed hebben. Er is aangetoond dat de overgrote meerderheid van alle mannen van negentig jaar en ouder kankercellen in hun prostaat hebben; gelukkig groeit prostaatkanker over het algemeen vrij langzaam, zodat de meesten van hen er nooit last van zullen krijgen. Op jongere leeftijd is de langzame groei echter van minder voordeel, zodat in dat geval vroegtijdig ingrijpen waarschijnlijk noodzakelijk is om uitzaaiing van de kankercellen naar andere delen van het lichaam te voorkomen. Overigens is het niet zo dat prostaatkanker altijd na verloop van tijd zal uitgroeien en/of uitzaaien; in een aantal gevallen zal de prostaatkanker 'slapend' aanwezig blijven en nooit problemen veroorzaken. In het geval dat bij iemand kankercellen worden gevonden is echter nooit te voorspellen, en ook niet aan de kankercellen te zien, of de kanker later actief zal worden danwel 'slapend' blijft.
    Het is niet bekend waardoor prostaatkanker wordt veroorzaakt, hoewel testosteron noodzakelijk is voor het ontstaan ervan. Het wordt niet veroorzaakt door een prostatitis of door een goedaardige vergroting van de prostaat. Zelfs is het zo dat de kankercellen meestal op een andere plaats in de prostaat zitten dan bij een goedaardige vergroting; BPH ontstaat in het deel direct rondom de plasbuis, terwijl prostaatkanker juist aan de buitenrand van de prostaat ontstaat. Prostaatkanker is dan ook over het algemeen vanuit de endeldarm door de dokter goed te voelen als een knobbel aan het oppervlak van de prostaat. Natuurlijk kan iemand wel èn BPH èn prostaatkanker hebben, een niet ongebruikelijke combinatie die ertoe leidt dat iemand naar de dokter gaat wegens plasproblemen (door de BPH), waarna er bij onderzoek tevens prostaatkanker wordt vastgesteld.

    Prostaatkanker geeft in het begin weinig of geen klachten. Doordat de kanker meestal aan de buitenkant van de prostaat begint geeft de zwelling (tumor) pas laat in de ziekte, of helemaal nooit, aanleiding tot een verminderde straalkracht bij het plassen. Tevens geeft prostaatkanker bijna nooit pijnklachten; dit gebeurt pas nadat de kanker is uitgezaaid. De uitzaaiing van kankercellen verloopt meestal hetzij via de lymfeklieren, hetzij via de bloedvaten, of via beide. In het eerste geval worden de lymfeklieren in de omgeving van de prostaat als eerste aangedaan en vergroot, maar ook kunnen de kankercellen verder in het lichaam verspreid worden; de lymfeklieren werken hierbij als laatste verdedigingslinie, maar dat houden ze slechts zeer kort vol. Bij verspreiding direct via de bloedvaten, maar ook via de lymfeklieren zullen de kankercellen zich meestal uitzaaien naar de botten. Vooral naar het bekken en de ruggewervels, maar in principe kan uitzaaiing naar alle botten optreden. Eenmaal uitgezaaid kunnen er pijnklachten optreden doordat het kankerweefsel het normale botweefsel opzij drukt.

    Er zijn een aantal onderzoeken mogelijk naar de mogelijke aanwezigheid van prostaatkanker en de mogelijkheid van uitzaaiingen: rectaal toucher (onderzoek van de prostaat met de vinger via de endeldarm), bloedonderzoek, Röntgenonderzoek (CT-scan) en een zogenaamde skeletscan. Recente ontwikkelingen wijzen er op dat een MRI scan in de nabije toekomst mogelijk ook toepasbaar kan zijn bij het onderzoek van de prostaat.

Top OMHOOG OMLAAG

Onderzoek

Er zijn diverse mogelijkheden om de prostaat te onderzoeken. Niet alle onderzoeken zijn uiteraard altijd nodig. Over het algemeen zal de uroloog op basis van te verwachten afwijkingen een keuze maken. Ook is het niet zo dat de meest moderne onderzoeken altijd beter zijn dan de al langer bestaande. In sommige gevallen kunnen de nieuwere onderzoeken aanvullende informatie bieden, maar dit gaat niet altijd op; zo is een CT-scan bijvoorbeeld geschikt om eventuele uitzaaiingen van prostaatkanker goed in kaart te brengen, maar kan het soms lastig zijn op die manier de prostaatkanker zelf of de uitgebreidheid ervan te vinden of te beoordelen, hetgeen bij een echografie van de prostaat beter te zien is. Hieronder volgen een aantal vaak verrichte onderzoeken. Er zijn er nog meer, maar dat zou de lijst te lang maken.


     
  • Rectaal toucher. Bij dit onderzoek zal de dokter met de vinger via de anus de prostaat aftasten. Er kan zo worden ingeschat of de prostaat vergroot is of dat er sprake zou kunnen zijn van kanker. Het onderzoek is normaliter wellicht oncomfortabel, maar niet pijnlijk. Een pijnlijke prostaat kan wijzen op een prostaatontsteking.
     
  • Bloedonderzoek:

       
    1. Is er een infectie in het lichaam (bijvoorbeeld in de nieren, blaas of prostaat)? Hiervoor zijn bijvoorbeeld de meting van de bloedbezinking en het aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) belangrijk.
       
    2. Is er sprake van een verhoging van het PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) gehalte in het bloed? Het PSA is een stof die door de prostaat in sommige gevallen in verhoogde mate aan het bloed wordt afgegeven. Als het PSA gehalte in het bloed dan ook verhoogd is, dan betekent dit dat er iets met de prostaat aan de hand is; de prostaat kan vergroot zijn of ontstoken, geirriteerd, of er kan kanker inzitten. Verder onderzoek is dan noodzakelijk om uit te zoeken wàt er precies aan de hand is. Normaliter is de waarde lager dan 4, maar deze varieërt met leeftijd en prostaatgrootte. Sommige mannen hebben 'van nature' een hogere PSA waarde, en anderen weer een lagere waarde dan 'normaal'. Er is een website in het leven geroepen die de mogelijkheid biedt om op grond van PSA en andere variabelen een inschatting te maken van de kans om prostaatkanker te vinden: de SWOP (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Prostaatkanker)prostaatwijzer.


     

  • Urineonderzoek:

       
    1. Is er een infectie van de blaas? Vaak is aan de urine niet te zien waar in de urinewegen (nieren, blaas, prostaat) de infectie precies zit. Doorgaans zijn het aantal witte bloedcellen bij een prostaatontsteking niet sterk verhoogd, maar bij een gelijktijdig optredende blaasontsteking kan dat wel het geval zijn.
       
    2. Zit er bloed in de urine? Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij infecties of stenen in de urinewegen, maar ook bij nier-, blaas- of prostaatkanker.

     
  • Spermaonderzoek. Soms kan het nodig zijn om het sperma te onderzoeken of witte bloedcellen of bacteriën teneinde een mogelijke prostatitis aan te tonen.
     
  • PROSTAAT ECHOMiddels een echografie kan de prostaat met ultrageluidsgolven (dus onhoorbaar en niet voelbaar) worden afgetast. Omdat de prostaat achter het schaambeen en vrij ver naar achteren is gelegen, is het lastig om e.e.a. van voren goed zichtbaar te maken. Daarom wordt de echografie via een speciaal staafje vanuit de endeldarm verricht. Het staafje is doorgaans slechts iets dikker dan de vinger van de dokter, dus het onderzoek is niet pijnlijk. Eventuele verkalkingen in de prostaat (bijvoorbeeld als teken van een 'oude' prostatitis) vallen goed op en de grootte van de prostaat kan zeer nauwkeurig worden opgemeten. Normaliter is de prostaat vrij egaal donkergrijs op het beeldscherm; lichtere plekken kunnen wijzen op ontsteking, donkere op kanker. Ook kan de grootte en uitbreiding van een eventuele prostaatkanker worden ingeschat.
     
  • CYSTOSCOPIEBij een cystoscopie wordt via de plasbuis met een rechte (starre) of slappe (flexibele) kijker in de plasbuis en de blaas gekeken. De grootte van de prostaat kan worden geschat en met name kan worden beoordeeld in hoeverre een vergrote prostaat 'in de weg zit'. Immers, niet elke vergrote prostaat geeft problemen bij het plassen. Tevens kan in de blaas de aanwezigheid van stenen of tumoren worden vastgesteld, terwijl het mogelijk is om tijdens dit onderzoek een indruk te krijgen omtrent de conditie (de sterkte) van de blaas.
     
  • Met een CT (Computer Tomografie) scan wordt het lichaam als het ware Röntgenologisch in dunne plakjes gesneden. Vaak wordt ook nog een contrast stof in een ader ingespoten om e.e.a. nog beter zichtbaar te maken. Dit onderzoek is vooral belangrijk om te weten of er bijvoorbeeld uitzaaiingen zijn in geval van prostaatkanker. Hoewel het een heel nauwkeurig onderzoek is, kan het echter toch voorkomen dan in sommige gevallen besloten wordt tot een kleine operatie om de lymfeklieren rondom de prostaat nog nauwkeuriger te kunnen onderzoeken. Een CT scan is onvoldoende in staat om de prostaat zelf hoed zichtbaar te maken, mede ook doordat de prostaat door vele botstructuren wordt ingesloten.
     
  • Met een MRI (Magnetic Resonance Imaging) scan kan de prostaat steeds beter in beeld worden gebracht, hoewel dit onderzoek momenteel nog inferieur is aan een echografie. De laatste ontwikkelingen op dit gebied zijn echter veelbelovend. Bij een MRI wordt gebruik gemaakt van een zeer sterk magnetisch veld, waardoor beelden van het lichaam kunnen worden gemaakt die wel wat lijken op een CT scan. Met MRI onderzoek is het al wel mogelijk om de uitgebreidheid van botuitzaaingen, met name in rugwervels, goed te beoordelen.
     
  • BOTSCANOok een Botscan wordt wel verricht om te bezien in hoeverre een prostaatkanker is uitgezaaid naar de botten. Er wordt een licht radioactieve stof in een ader ingespoten, die zich als het ware hecht aan de uitzaaiingen in de botten, als die er zijn. Met een speciale camera kan dit worden gefilmd, zodat 'verdachte' plekken zichtbaar worden.
     
  • Soms kan het nodig zijn om biopten (kleine stukjes weefsel) uit de prostaat weg te nemen voor verder onderzoek. Bijvoorbeeld in het geval dat de dokter op basis van het rectaal toucher, bij een verhoogd PSA gehalte of bij afwijkingen bij de echografie denkt aan de mogelijkheid van prostaatkanker. Dit gebeurt meestal ook via de anus, hetzij op geleide van de vinger van de dokter, of met behulp van het echoapparaat. Met een zeer dunne naald worden enkele kleine stukjes prostaatweefsel verwijderd. Dit gebeurt tegenwoordig meestal via een soort pistool, waardoor het onderzoek vliegensvlug verloopt en pijnloos is. Wel kan het erna nog even bloeden (bloed in de ontlasting en/of in de urine) maar dat houdt in de regel weer snel vanzelf op. Vaak wordt, ter voorkoming van infecties, wel een korte kuur antibiotica (penicilline o.i.d.) gegeven.

Top OMHOOG

Behandeling

Het is onmogelijk om hier alle mogelijke behandelingsvormen voor verschillende ziekten van de prostaat te vermelden. Daarom zal worden volstaan met enkele veel voorkomende ziektebeelden.


     
  • Prostaatontsteking.
    Zoals hierboven reeds geschetst, is het soms heel lastig om een prostatitis afdoende te behandelen. Meestal is het noodzakelijk om langdurig met antibiotica te behandelen, terwijl tevens ervoor gezorgd moet worden dat door veel te drinken een voldoende grote hoeveelheid urine wordt geproduceerd om blaas en urinewegen geregeld 'schoon te spoelen'. Omdat het wel enige maanden kan duren voordat de prostaat weer geheel en al is hersteld, is het noodzakelijk het vele drinken lang vol te houden, omdat anders weer snel een nieuwe infectie van de prostaat optreedt en het hele verhaal weer van voren af aan begint; helaas komt dit toch vaak voor. Soms is de prostaat dusdanig ernstig en/of langdurig geïnfecteerd geweest, dat-ie nooit meer helemaal 'de oude' wordt. Dat betekent dat de prostaat kwetsbaar blijft voor nieuwe infecties en dat sommige mannen de rest van hun leven af en toe klachten zullen hebben. In sommige gevallen kunnen dieetmaatregelen zin hebben (vermijden van scherpe spijzen, koolzuurhoudende dranken, teveel alcohol), vaak biedt een warm bad direct verlichting. Veel drinken is ook dan noodzaak. Zie ook prostatodynie.
    Uiteraard is een behandeling van een eventuele oorzaak van de prostatitis, bijvoorbeeld prostaatcysten, noodzakelijk - vaak echter blijkt er verder gelukkig niet veel aan de hand te zijn.
     
  • Prostaatvergroting, BPH. Terwijl vroeger alleen een operatieve oplossing voorhanden was, zijn er tegenwoordig meerdere mogelijkheden ter behandeling van een in de weg zittende, vergrote prostaat:

       
    1. Medicijnen. Met behulp van speciaal voor de prostaat 'ontworpen' medicijnen is het mogelijk enerzijds het prostaatweefsel meer 'ruimte' te geven of, anderzijds, de grootte van de prostaat te doen afnemen.
      Doordat zich in de wand van de prostaat, de kapsel, spiervezeltjes bevinden, is het mogelijk om met bepaalde medicijnen, de zogenaamde alfa-blockers, deze spiervezels te ontspannen; daardoor kan de grote prostaat wat naar buiten uitzetten, zodat de plasbuis, middenin de prostaat, minder onder druk komt te staan en het plassen makkelijker gaat. Groeit de prostaat echter door, dan zal de ruimte snel weer door nieuw prostaatweefsel worden ingenomen en keren de plasproblemen weer terug.
      Doordat de prostaat groeit onder invloed van testosteron (het mannelijk geslachtshormoon dat in de testikels wordt gemaakt) is het mogelijk om met bepaalde medicijnen, de zogenaamde 5-alfa-reductaseremmers, die als het ware verhinderen dat het testosteron in de prostaat actief wordt, de groei af te remmen of zelfs om te keren in een 'krimpen' van de prostaat. Het kleiner worden van de prostaat gaat echter niet snel en vaak zijn een aantal jaren behandeling nodig voordat de prostaat voldoende klein is geworden. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld indien het plassen helemaal niet meer mogelijk is, duurt dit te lang. Bij sommige patiënten reageert de prostaat helemaal niet op het middel. Het is overigens nog onduidelijk wat er gebeurt indien het middel, na succesvol gebruik, na enkele jaren wordt gestaakt: begint de prostaat dan weer in langzaam tempo te groeien, of treedt in korte tijd een 'inhaalgroei' op?
      Soms kunnen beide middelen worden gecombineerd worden gebruikt, waarbij het ene dan zorgt voor een snelle verbetering van het plassen, terwijl het andere middel op de langere termijn de prostaat verkleint.
       
    2. TURPProstaatoperaties via de plasbuis. Ook hier hebben de laatste jaren nieuwe mogelijkheden het licht gezien. Niet alle moderne apparatuur is hierbij even effectief gebleken, terwijl sommige nieuwe technieken nog erg experimenteel zijn en eventuele complicaties onvoldoende bekend. Een alweer iets oudere en inmiddels als standaard aanvaarde behandeling is de TURP (TransUrethrale Resectie Prostaat = gedeeltelijke verwijdering van de prostaat via de plasbuis), waarbij via een buisje (net zoals bij de cystoscopie, maar dan dikker) de prostaat als het ware wordt weggeschraapt; vergelijk het met het uithollen van een appel vanuit het klokhuis, waarbij uiteindelijk alleen de schil overblijft.
      De wand van de prostaat blijft dus achter, zodat de prostaat wel kan aangroeien; over het algemeen zal-ie echter nooit meer zo groot worden dat e.e.a. tot problemen aanleiding geeft. Een dergelijke ingreep kan gepaard gaan met bloedverlies, dat echter meteen weer uit de prostaat/blaas wordt weggespoeld. Na de ingreep blijft enige tijd een catheter (een kunststof slangetje) via de plasbuis in de blaas zitten om bloed- en weefselresten uit te kunnen spoelen. Complicaties zijn er zelden; wel kan het enige tijd duren voordat het ophouden van de plas weer perfect lukt doordat de sluitspier, die immers stroomafwaarts van de prostaat is gelegen, de tijd moet hebben om aan de ferme straal urine, die nu weer langs stroomt, te wennen. Ook zal bij een zaadlozing het zaad 'de verkeerde kant' uit gaan, namelijk naar de blaas, doordat het kleine afsluitspiertje dat dit normaliter verhindert, bij de ingreep altijd 'sneuvelt'. Impotentie treedt echter na de ingreep normaliter slechts tijdelijk op.

      Een variatie op de TURP is een operatie met behulp van het LASER-apparaat. De ingreep is nagenoeg hetzelfde, maar nu wordt het weefsel met het zeer hete LASER-licht verdampt. Het voordeel is dat een dergelijke ingreep met minder bloeding gepaard gaat dan de TURP en ook bij patiënten in een minder goede conditie kan worden uitgevoerd. Het nadeel is dat LASER bij sommige patiënten niet goed werkt, terwijl sommige prostaten er gewoonweg niet geschikt voor zijn. Voorts hebben sommige patiënten na de ingreep met LASER erg veel aandrang en kan dit nog geruime tijd duren. Ook een opname en narcose of een ruggenprik ter verdoving blijven noodzakelijk. Daarnaast is nader onderzoek van het verwijderde weefsel op kanker, zoals bij een TURP bij een LASER-behandeling niet mogelijk omdat het weefsel is verdampt. De LASER-behandeling is om al deze redenen nog altijd experimenteel totdat ermee voldoende ervaring is opgedaan.
       

    3. TUMT. Bij de TransUrethral Microwave Thermotherapy wordt via een catheter via de plasbuis de prostaat dusdanig verwarmd dat daardoor een deel van de vergroting als het ware 'smelt'. Daardoor verschrompelt de prostaat en ontstaat meer ruimte vvoor de plasbuis. Het is een elegante methode waarvoor patienten niet hoeven te worden opgenomen en waarvoor geen narcose nodig is. Het effect is vergelijkbaar met dat van een TURP, hoewel minder weefsel verdwijnt. Ook bij deze techniek is, net als bij de LASER, onderzoek van prostaatwefsel op kanker niet mogelijk. Ook kan het enkele weken tot maanden duren voordat de prostaat voldoende klei is geworden.
       
    4. Open prostaatoperatie. Dit is de ingreep waarmee de meeste ervaring is opgedaan. Tegenwoordig wordt de open prostaatoperatie vooral uitgevoerd bij zeer grote prostaten, waarbij een TURP te lang zou duren. Bij de open ingreep wordt via een snede in de onderbuik de prostaat bereikt. Vervolgens wordt de wand van de prostaat, de kapsel, opengemaakt en het teveel aan prostaatweefsel verwijderd. Ook hierbij wordt dus niet de gehele prostaat verwijderd en blijft de prostaatwand achter. Het is een beproefde en alleszins veilige ingreep, die echter wel gepaard gaat met wat bloedverlies. Soms moet dit verlies middels bloedtransfusies worden aangevuld. Omdat de prostaatkapsel van buitenaf is geopend, dient gedurende een aantal dagen een catheter via de plasbuis in de blaas te blijven om de uiteraard dichtgehechte opening 'waterdicht' te laten groeien. Ook bij deze ingreep, evenals de TURP en - in mindere mate - de TUMT, zal na de operatie tijdens een zaadlozing het zaad naar de blaas stromen in plaats van de andere kant uit.
       
    5. Andere mogelijkheden. Verder zijn er een aantal andere, doch over het algemeen zeer experimentele behandelingsmogelijkheden, die nagenoeg alleen in academische centra worden toegepast en hun waarde nog niet hebben bewezen: verschillende LASER mogelijkheden via de plasbuis; een hoog-frequente radiobestraling (TUNA, TransUrethral Needle Ablation) via naalden in de prostaat; een behandeling met zeer hoge intensiteit geluidsgolven(HiFU, High Frequency Ultrasound), een soort super-echo-apparaat, die - net als bij de TUMT - verhitting van de prostaat geeft. Tevens zijn er mogelijkheden om de prostaat met een klein metalen of plastic buisje (een zogenaamde stent, of prostaatspiraal) open te houden in die gevallen waarin een operatie eigenlijk noodzakelijk is maar niet mogelijk wegens de slechte conditie van de patiënt.
       
    6. Niets doen. In sommige gevallen is er weliswaar sprake van een te grote prostaat, doch heeft de eigenaar er relatief weinig last van. Als er nog sprake is van een evenwicht (het kost de blaas wat moeite maar de urine komt er allemaal uit, zij het wat langzaam), dan kan er gewoon worden afgewacht. Een heleboel mannen gaan in de loop van de tijd wat langzamer plassen, terwijl dat nooit tot ernstige medische problemen leidt. In die gevallen kan ook gewoon worden afgewacht; wel moet dan geregeld worden gecontroleerd of alles inderdaad allemaal nog goed gaat - terwijl er ogenschijnlijk niets verandert kan de blaas toch 'stiekumweg' in problemen komen terwijl de patiënt zelf daar niets van merkt.

     
  • Prostaatkanker. Bij een behandeling voor prostaatkanker dienen een tweetal vragen te worden beantwoord: 'is de kanker uitgezaaid?' en 'hoe is de lichamelijke conditie van de patiënt?'.

       
    1. Uitzaaiingen. Bij uitzaaiingen van prostaatkanker is er sprake van een uitbreiding van het tumorweefsel buiten de prostaat: stukjes prostaatkanker kunnen dan middels een CT-scan bijvoorbeeld in de lymfeklieren of met een botscan in de beenderen worden aangetoond. In die gevallen is een behandeling van de prostaat alleen niet zinvol, omdat daarbij het tumorweefsel elders in het lichaam niet wordt mee behandeld. Daarnaast is een eenmaal uitgezaaide prostaatkanker niet meer volledig te genezen.
      • Waakzaam Afwachten. In sommige gevallen groeit de prostaatkanker echter zo langzaam dat, vooral bij oudere mannen, geen problemen (meer) te verwachten zijn. In die gevallen kan rustig worden afgewacht.
      • Anti-hormonale therapie. Als er wel problemen zijn, zoals pijnklachten door uitzaaiingen in de botten, of bij jongere mannen, of bij een relatief snelle groei van de uitzaaiingen, dan kan besloten worden tot een zogenaamde anti-hormonale behandeling. Evenals het goedaardige prostaatweefsel groeit ook het kankerweefsel van de prostaat bij de gratie van voldoende testosteron, het mannelijk geslachtshormoon (gemaakt in de testikels). Als het testosterongehalte daalt, dan zal het prostaatkanker-weefsel, waar het zich ook bevindt, in z'n groei geremd worden en 'krimpen'. Om dit te bereiken kunnen twee wegen worden bewandeld:
        • operatief, door middel van verwijdering van testikelweefsel (castratie) of met
        • medicijnen (LhRh preparaten) die het testikelweefsel remmen (de zogenaamde chemische castratie)
        Beide mogelijkheden geven hetzelfde resultaat. Een onvermijdelijke bijwerking vormt het verdwijnen van potentie en libido. Vaak krijgen mannen tijdelijk, net als vrouwen in de overgang, opvliegers (een onschuldig plotseling optredend warm gevoel, transpireren en soms hartloppingen, als gevolg van het plotseling eindigen van het testosteron effect). Helaas zullen de kankercellen na verloop van tijd 'ongevoelig' worden voor deze behandeling en toch weer gaan groeien; dan zijn aanvullende medicijnen nodig.
        Botuitzaaiingen kunnen pijnlijk zijn, maar ook kunnen zij de botten verzwakken, waardoor breuken kunnen optreden. Daarnaast worden in het merg van veel botten bloedcellen gemaakt en kan deze 'produktie' door de uitzaaiingen worden tegengewerkt, waardoor bijvoorbeeld bloedarmoede kan optreden. Bij pijnlijke botuitzaaiingen kan worden besloten om op de pijnlijke plekken te bestralen - dat werkt vaak heel goed. Als er veel pijnlijke plekken zijn, dan kan soms een licht radioactieve stof in het bloed worden ingespoten die zelf de uitzaaiingen opzoekt en middels straling de kankercellen te lijf gaat. Ook wordt vaak behandeld met zogenaamde 'bisfosfonaten', stoffen die de botten als het ware meer weerstand geven tegen aanvallende kankercellen. Bisfosfonaten (bijvoorbeeld Zometa® (zolinodrinezuur), Bonefos® en vele anderen) worden vaak 3-wekelijks per infuus toegediend, omdat ze dan het beste effect hebben.

      Wanneer de (chemische) castratie niet (meer) voldoende effect heeft, dan kan worden overgeschakeld van antihormonale therapie naar chemotherapie. Soms wordt nog een tussenweg bewandeld, waarbij gebruik wordt gemaakt van Estracyt®, een middel dat deels antihormonaal en deels chemotherapeutisch werkt en als pil kan worden toegedient.
      Wanneer ook dat niet meer werkt, dan volgt 'echte' chemotherapie, in de vorm van inspuitingen. Sinds kort wordt dan in eerste instantie meestal gekozen voor Taxotere®, hoewel een middel als mitoxanthrone ook vaak wordt gebruikt, al of niet in combinatie met prednison. Volgens de laatste richtlijnen is Taxotere® momenteel het middel van eerste keuze, maar soms wordt op medische gronden (lichamelijke conditie, andere ziektes) toch voor andere middelen gekozen, of voor 'niet behandelen'. Het gaat er daarbij uiteraard om dat de patient er beter van wordt: minder pijn van uitzaaiingen, een betere conditie.
      Naarmate een meer chemotherapeutische werking wordt nagestreefd neemt ook de kans op bijwerkingen toe. Bij patiënten, die in een slechte lichamelijke conditie verkeren, kan het middel soms erger zijn dan de kwaal. Er zal dan ook bij iedere patiënt een zorgvuldige afweging van voor- en nadelen moeten worden gemaakt. Er wordt voortdurend onderzoek gedaan naar nieuwe middelen die de prostaatkankercel kunnen aanpakken. Veel van dit onderzoek levert uiteindelijk niets op, omdat het middel teveel bijwerkingen blijkt te hebben, of omdat het domweg niet beter werkt dan de middelen die er al zijn. Helaas halen nieuwe medicijnen tegen kanker vaak de krant en worden dan opgevoerd als 'veelbelovend' terwijl de werking nog bewezen moet worden - journalisten zijn doorgaans geen wetenschappers en worden soms wel erg gemakkelijk enthousiast.
       

    2. Lichamelijke conditie. Als er geen sprake is van uitzaaiingen en de kanker zich nog alleen in de prostaat bevindt, dan bestaat de mogelijkheid de kanker te genezen.
      • Door middel van een operatie kan de gehele prostaat worden verwijderd, zodat met de prostaat ook al het kankerweefsel wordt mee-verwijderd. Dit is, in tegenstelling tot de 'open prostaatoperatie' bij een goedaardige prostaatvergroting (waarbij immers slechts een deel van de prostaat wordt verwijderd), een relatief grote ingreep, die niet iedereen qua conditie goed kan doorstaan. Tegenwoordig wordt de ingreep ook vaak laparoscopisch verricht, d.w.z. via kleine buisjes door de buik. Behalve 1-2 dagen eerder ontslag uit het ziekenhuis, zijn er echter weinig voordelen van een dergelijke aanpak, terwijl de kans op complicaties wellicht hoger is. Aangezien prostaatkanker vooral een ziekte is van de oudere man, die wellicht ook andere kwalen onder de leden heeft, komt het regelmatig voor dat de lichamelijke conditie een dergelijke grote ingreep niet toestaat. Tevens kan een dergelijke prostaatoperatie leiden tot impotentie of, gelukkig niet zo vaak, tot urineverlies (incontinentie).
      • Als alternatief kan gekozen worden voor bestraling van de prostaat en de directe omgeving, waardoor nagenoeg hetzelfde resultaat kan worden bereikt. Bestraling is echter tot op zekere hoogte een onzichtbaar gebeuren, waarbij het uiteindelijke effect op de prostaatkanker zal dienen te worden afgewacht. Tevens is ook bestraling niet zonder bijwerkingen, hoewel ook bestralings-technieken in de loop van de jaren sterk zijn verbeterd. Ook het, gezonde, blaasweefsel deels mee bestraald, hetgeen later kan leiden tot littekenvorming en 'krimpen' van de blaas. Bestraling kan leiden tot impotentie, doordat de besturingszenuwen, die vlak naast de prostaat liggen worden beschadigd. Ook de endeldarm, vlak achter de prostaat, wordt door de straling beschadigd, hetgeen kan leiden tot een chronische ontsteking. Hoewel bestraling derhalve ook nadelen kent, is het op zich een goede behandeling voor het prostaatcarcinoom, die over het algemeen makkelijker wordt verdragen dan een operatie.
      • Een speciale vorm van bestraling is brachytherapie, waarbij onder narcose via dunne naaldjes kleine stukjes van een radioactieve stof in de prostaat rondom de kanker worden ingebracht. Hiermee is het mogelijk een zeer intensieve en tevens zeer lokale bestraling van het kankerweefsel te bewerkstelligen. Hierdoor worden de meeste bijwerkingen van 'gewone' bestraling vermeden. Deze techniek wordt zo'n 20 jaar toegepast en is in vergelijking met de andere behandelopties relatief nieuw en de effecten op langere termijn zijn nog niet helemaal bekend. Vooralsnog lijkt het erop dat de kanker ermee afdoende kan worden behandeld, hoewel echter niet alle kankercellen worden gedood; waarschijnlijk zijn de 'overlevende' kankercellen dusdanig beschadigd dat ze geen kwaad meer kunnen doen.
      • Ook ten aanzien van de lokale therapie van het prostaatcarcinoom wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe technieken:
        • De HiFU therapie werd al besproken bij de behandeling van de goedaardige prostaatvergroting. Er wordt ook onderzoek gedaan om te zien in hoeverre de HiFU prostaatkanker kan genezen. Bij de HiFU wordt via de endeldarm op geleide van echobeelden een krachtige bundel hoogfrequent geluid op de tumor(en) in de prostaat gericht met het doel om die door verhitting dood te maken. Het probleem is echter dat niet altijd bekend is of er één of meer tumoren in de prostaat zitten en waar die zich precies bevinden. Zo kunnen dus tumoren worden 'gemist' en kan de prostaatkanker voortwoekeren. De HiFU techniek wordt alleen experimenteel toegepast. De behandeling is relatief weinig belastend voor de patient, maar kan wel tot soms ernstige complicaties leiden als fistels.
        • De Cryotherapie behelst het (deels) bevriezen van de prostaat. Op vergelijkbare wijze als met de HiFU worden bij de Cryotherapie met behulp van staafjes die aan de punt vele tientallen graden onder nul zijn tumoren in de prostaat 'kapotgevroren'. De staafjes worden doorgaans via de huid tussen balzak en anus ingebracht en zorgen ervoor dat de prostaat gericht wordt behandeld. Hoewel de Cryotherapie in de Verenigde Staten als tientallen jaren wordt toegepast, is de techniek nooit echt 'doorgebroken', voornamelijk omdat, net als bij de HiFU, niet bekend is waar in de prostaat de tumor(en) zit(ten). Ook de Cryotherapie is experimenteel.

     
    Ook in het geval van prostaatkanker kan 'niets doen' een goede vorm van behandelen zijn.
    • Waakzaam Afwachten. In sommige gevallen, ook wanneer er niet sprake is van een uitgezaaide vorm van kanker, kan het middel (de behandeling) erger zijn dan de kwaal. Zeker in het geval van hogere ouderdom, waarbij de prostaatkanker bij toeval is gevonden, is het onwaarschijnlijk dat de prostaatkanker in de relatief korte tijd dat de patiënt nog te leven heeft, tot problemen aanleiding zal geven; een behandeling zou in dat geval meer ongemak geven dan dat dit het leven veraangenaamd of verlengd. In deze gevallen zal regelmatig een PSA waarde in het bleod worden bepaald om te zien of de prostaatkanker wellicht toch te snel groeit en alsnog behandeling ter vertraging van het proces noodzakelijk is.
    • Actieve surveillance. Maar ook op jongere leeftijd is een behandeling bij prostaatkanker niet altijd de juiste weg. Zo is aangetoond dat bij sommige mannen weliswaar prostaatkanker kan worden aangetoond, maar dat de kanker nooit tot problemen (uitzaaiingen, pijn) leidt. Hoewel gebleken is dat het in de meeste gevallen moeilijk is de mannen met actieve kankercellen te scheiden van die met een 'slapende' prostaatkanker, kan in sommige gevallen besloten worden niet te behandelen. In deze groep mannen is de prostaatkanker minder kwaadaardig (kan onder de microscoop na het nemen van biopten uit de prostaat worden beoordeeld) en kan bijvoorbeeld maar zeer beperkt in de prostaat worden aangetoond, terwijl de PSA waarde laag is. Dan kan besloten worden om niets te doen, maar wel zeer regelmatig opnieuw naar de prostaat te kijken en voelen en er biopten uit te nemen. Mocht dan later de ernst van de prostaatkanker toenemen, dan kan alsnog worden besloten om te gaan behandelen middels operatie of bestraling. Het is belangrijk dat alle betrokkenen zich realiseren dat door afwachten wellicht de kans toeneemt dat uitzaaiingen zijn ontstaan op het moment dat toch wordt besloten te behandelen.
      Soms worden in het weefsel dat is verwijderd bij een operatie wegens een goedaardige vergroting van de prostaat, in kleine aantallen (minder dan 5 procent) kankercellen gevonden. In de meeste van deze gevallen zullen de achtergebleven kankercellen nooit actief worden en is behandeling niet nodig. Wel moet deze groep patiënten gedurende jaren onder controle blijven om tijdig met een behandeling te kunnen starten wanneer de kanker onverhoopt toch actief zou worden.


 
HOME
© 2002-2014: UROlog.nl
- Public section
Last update: 14 July 2010.