Tuesday 30 September
SITE NAVIGATOR
Home (Public)
    Patient Info (NED)
SITE MAP
Browse the UROlog website

INFO SUPPORTED BY
     OUR SPONSORS
Prostaat, De Meest Gestelde Vragen Alles wat U altijd al over de prostaat wilde weten
Heldere antwoorden op veelgestelde vragen
Geschreven door UROlog redacteur en uroloog Joop Noordzij
Bestel het boek via bol.com
E-MAIL UROLOG
HONcode accreditation seal. We comply with the HONcode standard for health trust worthy information: verify here.
 
 

Patiënten informatie: NIER

URO SPECIAL. Special pages for special problems. Information on frequent urological problems. Impotence - Interstitial Cystitis - Vasectomy Reversal   NIER. Een inleiding over de vorm, ligging en grootte van de nieren en hun functie in het dagelijks leven van een mens. Over wat er mis kan gaan en hoe je daar achter komt. En wat er aan gedaan kan worden natuurlijk.   BLAAS. Waar zit-ie en waar dient-ie voor. Geeft de blaas weleens problemen en, zo ja, wat voor problemen dan wel. Wat voor onderzoek kun je doen. Welke oplossingen zijn er voor handen als de blaas niet goed functioneert.   PROSTAAT. Een, vooral voor ouderen, tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen echter niet weten waarvoor het dient of waar het precies in het lichaam is gelokaliseerd. Hoe kom je er achter of de prostaat het 'niet goed doet' of wellicht zelfs 'in de weg zit'. Hoe kunnen problemen worden opgelost. Inclusief een zelf-test om plasproblemen te kunnen inschatten.   PENIS. Een, vooral voor jongeren tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen wel weten waarvoor het dient en waar het te vinden is. Wat een flink aantal mensen niet weten is hoe het (hij) werkt en wat de mogelijkheden zijn als het (hij) niet werkt.   TESTIKEL. Evenals de nieren een dubbel uitgevoerd orgaan dat twee functies in zich verenigt. Wat kan er mis gaan, en hoe kunnen we dat oplossen. Hoe kun je de functie testen.   UROLOGIE. Wat is een uroloog eigenlijk voor iemand, wat doet hij/zij. Welk stuk van het lichaam behoort tot het 'gebied' van het specialisme urologie. Tevens de plaats voor de verantwoording van de Urologie Pagina.   Patiënten-INFORMATIE. PatiŽnt-informatie betreffende verschillende urologische onderzoeken en behandelingen. 'Wat gebeurt er met me' en 'Hoe gaan ze het doen'.   Patiënten VERENIGINGEN. Adressen van de verschillende patiŽnt verenigingen in Nederland op het gebied van urologie. UROPANEL. Vragen stellen aan het urologie panel.

Nier

Top OMHOOG OMLAAG

Anatomie

NIER NIERENEen mens is toegerust met twee nieren. Het zijn boonvormige organen die zich aan weerszijden van de wervelkolom en als het ware achter de buikholte bevinden. Ze liggen dus eigenlijk op de overgang van rug en zijde en worden gedeeltelijk door de onderste paar ribben bedekt. Als U met Uw hand de ribben op de rug naar beneden afloopt, dan bent U bij de onderste rib ongeveer halverwege de nier beland.

De rechter nier ligt altijd wat lager dan links, omdat de lever de rechter nier wat naar beneden duwt. Links ligt de milt, een zeer bloedrijk orgaan van een centimeter of tien, boven tegen de nier aan. De milt is belangrijk voor het afweersysteem van ons lichaam, maar vormt ook een soort van bloedreservoir voor noodgevallen.

Als een soort kapje ligt op elk van beide nieren een bijnier. De bijnier heeft eigenlijk niets met de nier van doen, maar is min of meer toevallig daar tijdens de menselijke evolutie terecht gekomen. De bijnier heeft ook niets met urine te maken, maar maakt hormonen. Het is dus een klier, onder andere verantwoordelijk voor de produktie van adrenaline, een hormoon dat het lichaam in staat stelt grote krachten te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij hardlopen.

In verband met de functie van de nieren is een goede bloedvoorziening noodzakelijk. Daarom is elke nier met dikke bloedvaten verbonden die rechtstreeks op de grote bloedvaten van en naar het hart aansluiten. Om beschadiging, bijvoorbeeld bij valpartijen, te voorkomen, ligt elke nier in een bed van vetweefsel dat werkt als een soort schokdemper. Beide nieren worden verder tegen aanvallen van buitenaf beschermd door dikke spieren en door een aantal ribben aan de achterzijde en de buikholte en buikspieren aan de voorzijde. Als bij een ongeval de nier toch beschadigd wordt, dan kan dat aanleiding geven tot hevige bloedingen.

Aan de binnenkant van de nier bevindt zich het nierbekken (Latijn: pyelum), een klein reservoir voor de opvang van door de nier geproduceerde urine. Vanuit het nierbekken loopt een buisje, de urineleider (Latijn: ureter), van elk van beide nieren naar de blaas. Het transport van urine via de urineleider gaat middels knijpende spierbewegingen in de wand van het buisje (peristaltiek), zodat de urine naar de blaas wordt 'geknepen'. Ook als U op Uw hoofd gaat staan, of bij gewichtloosheid in een ruimteschip, zal er urine van de nier naar de blaas stromen en niet andersom. Aan het eind van de urineleider, bij de inmonding in de blaas, bevindt zich overigens een soort ventiel, dat verhindert dat urine vanuit de blaas weer terug kan stromen naar de nier.

Top OMHOOG OMLAAG

Functie

De nieren zorgen ervoor dat een teveel aan water en afvalstoffen uit ons lichaam wordt afgevoerd. De nieren zijn niet de enige afvalverwerkers in ons lichaam: ook de lever doet een duit in het zakje, terwijl zelfs de longen een deel van de opruiming voor hun rekening nemen (denk maar aan de alcohol die na een bezoek aan het café wordt uitgeademd). In tegenstelling tot wat sommige mensen denken is het niet zo dat het water dat U drinkt direct naar de blaas zou kunnen gaan. Al het vocht dat U inslikt wordt via het darmkanaal opgenomen in het lichaam. Blijkt dat er in het lichaam te veel vocht aanwezig is, dan wordt dat via het bloed naar de nieren vervoerd en vervolgens als urine weer uitgescheiden.

Die nieren fungeren als een enorme zeef, een soort vergiet met hele kleine mazen. Onder hoge (bloed)druk wordt het bloed dat door de nieren stroomt als het ware uitgeperst, waarbij water en afvalstoffen worden verwijderd en als urine uitgescheiden. Rode en witte bloedcellen en andere 'grote' zaken, zoals eiwitten, passen niet door de mazen van de zeef en blijven (gelukkig) achter in het bloed, dat de nieren weer verlaat.
Soms zit er wel eens een klein gaatje in de zeef en dan kunnen een aantal bloedcellen ontsnappen, maar het gaatje wordt meestal zo snel gerepareerd dat de ontsnapte bloedcellen alleen maar met een microscoop in de urine kunnen worden teruggevonden. In normale omstandigheden mogen er slechts kleine hoeveelheden bloedcellen in de urine voorkomen.
Sommige afvalstoffen zijn te groot om door de mazen van de zeef te passen, terwijl ze wel verwijderd moeten worden; door speciale cellen worden deze grote moleculen uit het bloed opgevist en alsnog in de urine geloosd. Weer andere stoffen komen, omdat ze zo klein zijn, per ongeluk in de urine terecht; door weer ander cellen worden deze kleine moleculen uit de urine opgevist en weer teruggegeven aan het bloed. Het zou derhalve onjuist zijn om de nieren alleen maar als een simpel filter voor te stellen, omdat er nog diversen andere mechanismen aan het werk zijn om bepaalde stoffen extra uit te scheiden of juist weer terug te halen.

De urineproduktie gaat dag en nacht door, hoewel 's nachts iets langzamer - zodat U niet telkens Uw bed uit hoeft om te gaan plassen. Ook de schoonmaak gaat dus 24 uur per dag door. De nieren zijn zo efficiënt dat in minder dan een uur al het bloed in Uw lichaam volledig gereinigd kan worden. Er is dus eigenlijk een overcapaciteit voor de afvalverwerking van Uw lichaam. U zou dan ook met gemak één nier kunnen missen - strikt genomen hebt U zelfs aan één halve (goed functionerende) nier genoeg voor voldoende bloedreiniging.

Doordat er zoveel bloed door de nieren stroomt, is het orgaan uitermate geschikt om de bloeddruk in de gaten te houden. Als de bloeddruk te laag wordt, dan geeft de nier een hormoon af aan het bloed dat elders in het lichaam bepaalde mechanismen in gang zet om de bloeddruk weer op te krikken.

Top OMHOOG OMLAAG

Ziekten en klachten

Ziekten van de nieren kunnen worden verdeeld in een aantal categoriën:

  • Ziekten met betrekking tot de bloedaanvoer naar de nier. De 'zeef' werkt onvoldoende omdat de aanvoer van 'vuil' bloed stagneert. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer, op oudere leeftijd, door 'aderverkalking' de bloedvaten vernauwd zijn. Ook kan een plotselinge afsluiting door een bloedprop (embolie) de aanvoer in gevaar brengen.
  • Ziekten van het nierweefsel zelf. De zeef is stuk. Door allerlei oorzaken kan het voorkomen dat de nier zelf niet goed functioneert. Door herhaalde infecties, maar bijvoorbeeld ook door sommige medicijnen (zoals phenacetine, dat als pijnstiller tot voor kort via de drogist veel verkocht werd) of vergiften (zoals de bekende 'zware metalen' als Cadmium e.d.) kunnen de cellen in de nier zo beschadigd raken dat de reinigende functie verslechtert. Ook kan bij sommige ziekten de zeef dusdanig worden beschadigd dat er voor het lichaam waardevolle stoffen verloren gaan. Er zijn diversen ziekten bekend die het nierweefsel kunnen aantasten; voor een volledige lijst wordt U verwezen naar medische encyclopediën en andere boeken.
  • Ziekten betreffende de afvoer van urine. De miljarden kleine buisjes in het nierweefsel kunnen natuurlijk verstopt raken, maar meestal zit de verstopping verderop, bijvoorbeeld in het nierbekken of in de urineleider.
    Bijvoorbeeld door een steen kan de urineleider volledig worden afgesloten; de urine kan dan niet meer weg en de betreffende nier stopt met zijn zuiverende werk. De andere nier zal de afvalverwerking dan volledig (moeten) overnemen. Doordat de urine niet meer weg kan zal de druk in het nierbekken en de nier zelf hoog oplopen; hoewel dat voor een korte periode (weken) waarschijnlijk weinig kwaad kan - de nier kan wel wat hebben - zal op den duur de nier toch beschadigd worden. Door de steen is ook de kans op infecties verhoogd. Afgezien daarvan is een plotselinge afsluiting van de afvoer van de nier een zeer pijnlijke zaak. Er treden zogenaamde koliekpijnen op, die naar men vertelt, zeer hevig kunnen zijn. Mensen met een dergelijke koliekpijn hebben een doffe pijn in de zij en lopen voortdurend ijsberend door het huis. Door te drinken, waardoor er nog meer druk op de nier komt te staan, kunnen de pijnen verergeren.
    Nierstenen kunnen ontstaan doordat sommige stoffen in verhoogde mate door de nieren worden uitgescheiden. Iemand die bijvoorbeeld heel veel melk drinkt of kaas eet, kan zoveel kalk naar binnen werken dat het teveel via de nieren moet worden afgevoerd. Daardoor komt zoveel kalk in de urine terecht dat dit aanleiding kan zijn voor de vorming van nierstenen. Ook andere stoffen, zoals urinezuur, een afvalprodukt van eiwitten (bijvoorbeeld bij mensen die veel vlees eten), kan aanleiding geven tot steenvorming. Bij sommige mensen worden 'steenvormende stoffen' in verhoogde mate uitgescheiden, terwijl dat eigenlijk niet nodig is: er is dan een defect in het 'regelmechanisme' van de nier. Alhoewel wij allen regelmatig stenen maken, geeft dat bijna nooit problemen, doordat de kleine gruisjes die worden geproduceerd gemakkelijk en ongemerkt met de urine worden afgevoerd. Soms blijft een gruisje echter, door weinig urineproduktie (weinig drinken bij warm weer) of een klein littekentje in de nier, zolang in de nier achter dat het aangroeit; als het dan uiteindelijk toch een keer gaat rollen, dan kan het verderop de urinewegen verstoppen. Zo kan dan plotseling de urineleider, die op sommige plaatsen wat smaller is dan elders, worden afgesloten.
    Een ander afvoerprobleem kan ontstaan doordat op de verbinding tussen nierbekken en urineleider (op de 'las') een vernauwing ontstaat. Meestal betreft het hier een aangeboren afwijking, waarbij in de loop van de kinderjaren de 'las' niet meegroeit, terwijl nierbekken en urineleider wel groter worden. Langzaamaan ontstaat zo een relatieve vernauwing waardoor de nier in toenemende mate in problemen komt, want ook de produktie van urine wordt in de loop van de jaren alsmaar groter. Eén en ander verloopt echter heel geleidelijk en, zolang de andere nier maar goed functioneert en de taak van zijn zieke collega overneemt, zonder klachten. Vaak wordt deze afwijking dan ook bij toeval op latere leeftijd pas ontdekt als om andere redenen bijvoorbeeld echofoto's van de buik worden gemaakt. Dan is het voor de zieke nier meestal te laat. Ook bij deze afwijking is er een hogere kans op infecties.
    Ook door een kwaadaardige tumor (kanker) kan een afsluiting van de afvoerweg ontstaan. Een dergelijke afsluiting treedt meestal niet plotseling op, zodat koliekpijnen achterwege blijven - door het langzame verloop van de afsluiting raakt de nier er als het ware aan gewend. Meestal treedt er helemaal geen pijn op. Gelukkig verraadt een tumor zich meestal wel door bloedverlies in de urine, zodat tijdig ingegrepen kan worden. Helaas gaan een heleboel mensen die bloed in de urine zien hiermee niet direct naar de dokter, vooral niet als het bloedverlies na een dag of wat weer lijkt op te houden. Veel tumoren bloeden aanvankelijk niet constant, zodat het soms weken tot maanden kan duren voordat weer opnieuw bloed in de urine wordt opgemerkt - helaas kan het dan soms te laat zijn voor genezing.
    Een minder vaak voorkomend afvoerprobleem kan optreden wanneer het ventielmechanisme, dat bij de inmonding van de urineleider in de blaas ervoor moet zorgen dat urine niet vanuit de blaas kan terugstromen naar de nier (reflux), defect is. Een dergelijk probleem is meestal aangeboren en komt dan vooral bij kinderen voor, maar kan ook pas op latere leeftijd tot uiting komen. Een gevolg is dat met de urine vanuit de blaas ook bacteriën de nier kunnen bereiken. Hoewel in de blaas geregeld bacteriën te vinden zijn, is dat daar vaak geen probleem omdat de blaas daar, tot op zekere hoogte, wel tegen kan. De nier is echter veel slechter tegen bacteriën te verdedigen. Een defect ventiel leidt dan ook tot vaak terugkerende en soms voortdurend aanwezige (chronische) infecties van de nier, waardoor de nier ernstig beschadigd kan raken en soms helemaal kapot kan gaan.
  • Infecties. Door allerlei oorzaken kunnen infecties van het nierweefsel ontstaan. De meeste infecties komen 'van onderaf', vanuit de blaas. Hoewel normaliter het ventiel onderaan de urineleider verhindert dat bacteriën de nier kunnen bereiken, kan het gebeuren dat dit door een aangeboren afwijking (zie boven) of door een heftige blaasontsteking niet goed functioneert. Bij een infectie van de nier is dan ook het nierbekken ontstoken. Eén en ander geeft aanleiding tot hoge koorts en hevig ziek zijn. Soms kan, doordat de nier zo'n bloedrijk orgaan is, een bloedvergiftiging (Latijn: sepsis) ontstaan, waarvoor opname in een ziekenhuis noodzakelijk is. Bij stenen in de nier of andere urinewegen neemt de kans op infecties toe, terwijl de steen nogal eens verhindert dat de infectie geneest.
    Vroeger kwam Tuberculose van de nier vaak voor, hoewel TBC ook nu weer in opkomst is. Bij TBC ontstaat de infectie van de nier meestal vanaf de andere kant, vanuit het bloed. Het betreft dan ook bijna altijd mensen die eerder longtuberculose hadden.
  • Kanker van de nier. Zowel bij kinderen (peuterleeftijd) als bij ouderen (50+) kan kanker van de nier optreden. Bij kinderen gaat het soms om heel grote tumoren (de zogenaamde Wilms tumor), terwijl het bij ouderen gelukkig meer en meer kleinere tumoren betreft (en van een ander type: de zogenaamde Grawitz tumor). In alle gevallen geven de tumoren pas laat klachten. Dat komt omdat er relatief veel ruimte is rondom de nier en pijnklachten pas optreden als er ruimtegebrek optreedt. Gelukkig wordt er tegenwoordig nogal eens bij toeval, bijvoorbeeld bij een echo-onderzoek om andere redenen, een relatief kleine tumor gevonden. Als de tumoren groter worden, dan zal bloedverlies in de urine meestal het eerste teken zijn dat er iets mis is. Helaas is kanker van de nier vaak agressief van aard en kan snel uitzaaien naar andere organen.
    Een iets andere vorm van nierkanker zijn tumoren van nierbekken en urineleider, die gelukkig niet zo vaak voorkomen. Een tweede 'voordeel' van dergelijke tumoren is dan ze zich in de afvoerweg van de urine bevinden, waardoor een bloeding van het tumorweefsel (kankerweefsel is in de regel nogal fragiel) snel zichtbaar is aan een rode verkleuring van de urine.
  • Anatomische variaties.Hierboven werden al enkele aangeboren afwijkingen besproken. Sommige andere aangeboren afwijkingen (d.w.z., variaties op het ontwerp van de natuur) kunnen soms tot klachten aanleiding geven, maar dat hoeft niet. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat beide nieren aan één kant van het lichaam liggen of dat beide nieren aan de onderzijde aan elkaar vastzitten. Ook kan het gebeuren dat een nier in twee stukken is gesplitst, zodat als het ware twee kleine niertjes zijn ontstaan. Een andere variatie is een verdubbeling van de urineleiders aan één of beide kanten, zodat er drie of vier urineleiders naar de blaas lopen. In al deze gevallen, en in andere variaties, hoeft e.e.a. niet tot klachten te leiden, tenzij door de afwijkende ligging vernauwingen of afvoerproblemen ontstaan. Veel mensen hebben bijvoorbeeld verdubbelingen van een urineleider, waarbij beide buisjes prima functioneren.

Top OMHOOG OMLAAG

Onderzoek

Er zijn diverse mogelijkheden om de nieren te onderzoeken. Niet alle onderzoeken zijn uiteraard altijd nodig. Over het algemeen zal de uroloog op basis van te verwachten afwijkingen een keuze maken. Ook is het niet zo dat de meest moderne onderzoeken altijd beter zijn dan de al langer bestaande. In sommige gevallen kunnen de nieuwere onderzoeken aanvullende informatie bieden, maar dit gaat niet altijd op; zo is een CT-scan bijvoorbeeld zeer geschikt om nierkanker goed in kaart te brengen, maar kan het soms lastig zijn op die manier een niersteen te vinden die op een gewone Röntgenfoto gemakkelijk te zien is. Hieronder volgen een aantal vaak verrichte onderzoeken. Er zijn er nog meer, maar dat zou de lijst te lang maken.

  • Bloedonderzoek:
    1. Is er een infectie in het lichaam (bijvoorbeeld in de nieren)? Hiervoor zijn bijvoorbeeld de meting van de bloedbezinking en het aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) belangrijk.
    2. Hoe staat het met de functie van de nieren ten aanzien van de afvalverwerking? Hiervoor kan de hoeveelheid van één van deze afvalstoffen in het bloed, kreatinine, dienen.
    3. Hoe staat het met stoffen waarvan we weten dat ze in verhoogde hoeveelheden soms aanleiding kunnen geven tot niersteenvorming? Bijvoorbeeld urinezuur en calcium (kalk).
  • Urineonderzoek:
    1. Is er een infectie van de nieren? Vaak is aan de urine niet te zien waar in de urinewegen (blaas, prostaat, nier) de infectie precies zit, maar soms verraadt een nierinfectie zich door grote hoeveelheden witte bloedcellen, dat zijn afweercellen tegen infecties, in de urine.
    2. Zit er bloed in de urine? Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij infecties, maar ook bij nierkanker.
    3. Zit er veel calcium of urinezuur (of andere steenvormende stoffen) in de urine, zodat de kans op nierstenen groter is?
    4. Hoe zit het met de zuurgraad van de urine? De urine behoort, als bescherming tegen infecties iets zuur te zijn.
  • Röntgenfoto's. Op een 'gewone' Röntgenfoto kun je vaak zien of iemand nierstenen heeft. De nieren zelf zijn echter op zo'n foto niet te zien.
  • X-IVPEen IVP (IntraVeneus Pyelogram) (intraveneus=in een ader, pyelum=nierbekken, grafie= beschrijving) wordt gemaakt door een stof in een ader in de arm in te spuiten dat door de nieren als afval wordt gezien en heel snel in de urine terecht komt. Bij de meeste mensen treedt even een gevoel van warmte op, een soort 'opvlieger', maar dat gaat snel voorbij. De stof houdt Röntgenstraling tegen (en is dus 'wit' op de foto) zodat op een 'gewone' Röntgenfoto op die manier de urine in het lichaam zichtbaar wordt gemaakt. Alle urinewegen vanaf de nier tot de plasbuis kunnen zo worden gefotografeerd en de precieze ligging van eventuele stenen of vernauwingen in de afvoer van urine kan vooral in het bovenste deel, van nier tot aan de blaas, goed worden beoordeeld. Er worden meerdere foto's gemaakt met tussenpozen van enkele minuten; Niet bij iedereen werken de nieren even hard, zodat het soms wel even kan duren tot alles klaar is.

  • ECHOEchografie. Met behulp van ultrageluid golven, die dus onhoorbaar zijn, kunnen de nieren zichtbaar worden gemaakt door de weerkaatsing (echo) van de geluidsgolven door de nier te analyseren. Het werkt net zoals SONAR bij onderzeeërs. Het onderzoek is doorgaans vrij gemakkelijk en U merkt er weinig van. Met echografie kan kanker van de nier worden opgespoord en is een 'opgezette nier', als gevolg van een vernauwing van de afvoer, vaak goed te zien. Ook nierstenen kunnen zichtbaar zijn.
  • ECHOMet een CT (Computer Tomografie) scan wordt het lichaam als het ware Röntgenologisch in dunne plakjes gesneden. Vaak wordt ook nog een contrast-stof in een ader ingespoten om e.e.a. nog beter zichtbaar te maken. Dit onderzoek is vooral belangrijk om te weten waar een tumor zich precies in de nier bevindt en of er bijvoorbeeld uitzaaiingen zijn. Hoewel het een van de modernere onderzoeken is, wil dat niet zeggen dat het ook in alle gevallen het beste onderzoek is: om stenen in de urinewegen op te sporen is de CT-scan bijvoorbeeld niet geschikt; doordat de plakjes een dikte van 1 tot 2 centimeter hebben kunnen steentjes die kleiner zijn gemakkelijk over het hoofd worden gezien.
  • RENOGRAMBij een renogram (Latijn: ren=nier, grafie=beschrijving) wordt ook een stof in een ader ingespoten, maar nu een licht radioactieve stof die ook weer zeer snel door de nieren wordt verwijderd. Met een speciale camera kan de weg van de stof door het lichaam worden gevolgd. Hiermee is het mogelijk om te beoordelen hoe goed elk van beide nieren functioneren. Middels bloedonderzoek is immers alleen vast te stellen hoe goed beide nieren tegelijk werken. Het onderzoek is niet gevaarlijk en alle radioactieve stoffen worden snel weer uitgeplast.
  • Bij een retrograad pyelogram (retrograad=tegen de stroom in) wordt van onder af via een heel klein slangetje een contrastvloeistof (dus zichtbaar op een Röntgenfoto) via de urineleider omhoog het nierbekken ingespoten om e.e.a. nog beter zichtbaar te maken. Soms lukt het op een IVP namelijk niet goed om alle plekjes in het nierbekken even goed met contrastmiddel te vullen. Dit onderzoek is doorgaans wat minder comfortabel, maar hoeft niet pijnlijk te zijn.
  • Bij een renoscopie kan via de urineleider met een klein buisje tot in het nierbekken worden gekeken. Dit kan soms nodig zijn, wanneer het met geen enkel ander onderzoek mogelijk blijkt de nier goed in beeld te krijgen. Een renoscopie wordt doorgaans onder narcose uitgevoerd, omdat het pijnlijk kan zijn terwijl het noodzakelijk is dat de patiënt heel stil blijft liggen. Langs deze weg kunnen, met een miniatuur tangetje, ook kleine stukjes weefsel uit de wand van het nierbekken verwijderd worden voor verder onderzoek.

Top OMHOOG

Behandeling

Het is onmogelijk om hier alle mogelijke behandelingsvormen voor verschillende ziekten van de nieren te vermelden. Daarom zal worden volstaan met enkele veel voorkomende ziektebeelden.

  • Nierbekken-ontsteking.
    De behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Is er alleen maar sprake van een nierbekkenontsteking, dan is een behandeling met antibiotica (penicilline of andere antibiotica) noodzakelijk. Vaak is er echter meer aan de hand. Zo kan er sprake zijn van een niersteen die een vlotte afvoer van urine belemmert of zelfs geheel verhindert. In dat geval moet ook de steen worden behandeld.
    Of er kan sprake zijn van een vernauwing aan het begin van de urineleider; dan zal een operatie noodzakelijk zijn om dit te verhelpen (omdat antibiotica in dat geval of helemaal niet, of slechts tijdelijk werken).
    Ook kan er, vooral bij kinderen, sprake zijn van een defect ventiel onderaan de urineleider, waardoor urine terugstroomt naar de nier; ook dan zal een operatie noodzakelijk zijn. Vooral bij kinderen is in die gevallen de nier extra kwetsbaar voor infecties.
  • Nierstenen.
    Een heleboel mensen hebben nierstenen zonder het te weten. Veel van hen zullen ook nooit last van hun stenen krijgen. De grotere nierstenen blijven vaak rustig in de nier liggen zonder ooit aanleiding te geven tot klachten; ook de nier zelf heeft er weinig last van. Het zijn vaak de kleinere stenen die pijnklachten geven, vooral als ze in de urineleider 'afzakken' en verderop de afvoer verstoppen. Vroeger was er maar één mogelijke behandeling: opereren. Tegenwoordig hebben we keus uit meerdere mogelijkheden, ieder toegespitst op een specifiek steenprobleem:
    1. De niersteenvergruizer. Met behulp van hoge intensiteit schokgolven kunnen nierstenen worden kapotgetrild. Om de schokgolven, die buiten het lichaam worden opgewekt, goed tot aan de steen, in het lichaam dus, te kunnen voortgeleiden, werden patiënten vroeger wel in een grote bak met water gelegd; water geleidt de schokgolven goed (ook het lichaam zelf bestaat grotendeels uit water). Tegenwoordig is dat niet meer nodig en wordt volstaan met een klein badje of met gel. De patiënt ligt bij de behandeling op een tafel, waarin het schokgolf-element is ingebouwd; met een eveneens ingebouwd echo- en/of Röntgenapparaat worden de schokgolven gericht. Er worden meestal enige duizenden schokken in rap tempo op de steen afgevuurd. Omdat heel precies gericht kan worden 'voelt' alleen de steen de schokken, de patiënt zelf meestal alleen wat tintelingen of lichte pijnklachten (door het bewegen van de steen). De behandeling is meestal zeer effectief, hoewel soms meerdere sessies nodig zijn bij grotere stenen.
    2. LITHOTRYPSYBij de transurethrale steenvergruizing (trans=langs, urethra=plasbuis) is het mogelijk, vooral bij stenen in de urineleider, deze 'van onderaf' met een klein kijkbuisje te bereiken, om de steen vervolgens met een trilsonde kapot te trillen. Er zijn mechanische trilsondes, een soort miniatuur drilboortjes, en ook is het mogelijk om met een Laser apparaat trillingen op te wekken om de steen te vergruizen. Een voordeel van de laser is dat deze met een flexibele kijker te gebruiken is waardoor meer stenen bereikbaar zijn. Een nadeel is dat het langer duurt voordat een steen vergruist is en dat niet alle steen'soorten' zich met Laser pulsen laten vergruizen. Dergelijke technieken zijn vooral effectief bij stenen in de ureter, maar vaak kunnen ook 'echte' nierstenen hiermee behandeld worden. Narcose is noodzakelijk omdat de behandeling pijnlijk is en de patiënt heel stil moet liggen.
    3. Bij de percutane steenvergruizing (per=door, cutis=huid) wordt met behulp van het echoapparaat door de huid een gaatje door het nierweefsel tot op de steen gemaakt. Met een kijkbuis kan de steen dan worden gezien en vervolgens met een trilsonde of Laser kapot getrild. Soms wordt ultrageluid toegepast om de steen te vergruizen. Dezee behandeling wordt vooral gedaan bij grote stenen in de nier, waarbij een behandeling met de niersteenvergruizer te lang zou gaan duren en/of er sprake is van een afsluiting van de afvoer door de steen, waardoor de nier snel zou kunnen worden beschadigd. Ook wanneer de steen 'van onderaf', transurethraal niet bereikt kan worden, dan is dan soms percutaan wel mogelijk. Narcose is noodzakelijk, maar de ingreep is niet groot en de nier heeft van het prikken weinig last.
    4. DORMIAEen Dormia catheter is een dun slangetje, waarbij aan het eind een soort vangnetje van dun ijzerdraad is bevestigd. Vooral kleinere, laag in de urineleider gelegen stenen kunnen hiermee via plasbuis en blaas worden 'gevangen' en vervolgens naar buiten worden getrokken. De Dormia wordt ook wel gebruikt om steenfragmenten na een transurethrale steenvergruizing te verwijderen. Ook hiervoor is narcose nodig, want zoiets is pijnlijk.
    5. Operatie. Als er geen andere mogelijkheden (meer) zijn, is een operatieve steenverwijdering de meest zekere manier om de steen kwijt te raken. Een nadeel is dat natuurlijk een 'echte' operatie nodig is en een litteken resteert. Soms is het echter de enige oplossing omdat bijvoorbeeld de steen te hard blijkt voor vergruizing of omdat hij lang een andere weg niet te bereiken is. Een tweede nadeel, vooral bij mensen die vaker stenen hebben, is dat elke volgende operatie steeds moeilijker wordt.
    Hoewel sommige stenen met behulp van medicijnen kunnen 'oplossen' geldt dat helaas slechts voor een kleine minderheid. Stenen in de urinewegen kunnen echter wel vaak met bepaalde dieet-maatregelen worden voorkomen. Daarvoor is meestal wel eerst uitgebreid urine- en bloedonderzoek nodig, alsmede onderzoek van de steen zelf, om te kunnen ontdekken of een dieet, of medicijnen zinvol zijn. Een maatregel die bijna altijd helpt om stenen te voorkomen is drinken, c.q. plassen; door de urine te verdunnen wordt de kans op steenvorming kleiner, terwijl tegelijkertijd eventuele kleine steentjes, die toch worden gevormd, snel wegspoelen voordat ze klachten kunnen geven.
  • Nierkanker
    Bij nagenoeg alle vormen van kanker is er een groot verschil tussen uitgezaaide en niet-uitgezaaide kanker. Bij nierkanker speelt dit verschil een grote rol. Indien de kanker zich tot de nier beperkt, dan kan de patiënt over het algemeen worden genezen door de nier operatief te verwijderen. Indien de andere nier goed functioneert, dan zal dit geen gevolgen hebben voor de conditie en, hoewel er nog lange tijd gecontroleerd moet worden of de kanker echt weg is, zal de patiënt doorgaans nog een lang en goed leven kunnen leiden.
    Indien de kanker wel is uitgezaaid (bijvoorbeeld naar de lymfeklieren naast de nier, of naar de longen), dan heeft een operatie meestal geen zin (al het kankerweefsel kan toch niet worden verwijderd). Ook bestraling is meestal niet erg effectief, omdat de kankercellen er tegen kunnen. Er wordt momenteel wereldwijd druk gezocht naar een afdoende behandeling in dit soort gevallen, maar van een doorbraak lijkt helaas nog geen sprake.


 
HOME
© 2002-2014: UROlog.nl
- Public section
Last update: 14 July 2010.