Monday 23 October
SITE NAVIGATOR
Home (Public)
SITE MAP
Browse the UROlog website

INFO SUPPORTED BY
     OUR SPONSORS
Prostaat, De Meest Gestelde Vragen Alles wat U altijd al over de prostaat wilde weten
Heldere antwoorden op veelgestelde vragen
Geschreven door UROlog redacteur en uroloog Joop Noordzij
Bestel het boek via bol.com
E-MAIL UROLOG
HONcode accreditation seal. We comply with the HONcode standard for health trust worthy information: verify here.
 
 

Patiënten informatie: FOLDERS

URO SPECIAL. Special pages for special problems. Information on frequent urological problems. Impotence - Interstitial Cystitis - Vasectomy Reversal   NIER. Een inleiding over de vorm, ligging en grootte van de nieren en hun functie in het dagelijks leven van een mens. Over wat er mis kan gaan en hoe je daar achter komt. En wat er aan gedaan kan worden natuurlijk.   BLAAS. Waar zit-ie en waar dient-ie voor. Geeft de blaas weleens problemen en, zo ja, wat voor problemen dan wel. Wat voor onderzoek kun je doen. Welke oplossingen zijn er voor handen als de blaas niet goed functioneert.   PROSTAAT. Een, vooral voor ouderen, tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen echter niet weten waarvoor het dient of waar het precies in het lichaam is gelokaliseerd. Hoe kom je er achter of de prostaat het 'niet goed doet' of wellicht zelfs 'in de weg zit'. Hoe kunnen problemen worden opgelost. Inclusief een zelf-test om plasproblemen te kunnen inschatten.   PENIS. Een, vooral voor jongeren tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen wel weten waarvoor het dient en waar het te vinden is. Wat een flink aantal mensen niet weten is hoe het (hij) werkt en wat de mogelijkheden zijn als het (hij) niet werkt.   TESTIKEL. Evenals de nieren een dubbel uitgevoerd orgaan dat twee functies in zich verenigt. Wat kan er mis gaan, en hoe kunnen we dat oplossen. Hoe kun je de functie testen.   UROLOGIE. Wat is een uroloog eigenlijk voor iemand, wat doet hij/zij. Welk stuk van het lichaam behoort tot het 'gebied' van het specialisme urologie. Ook voor vragen aan het Urologie Panel. Tevens de plaats voor de verantwoording van de Urologie Pagina.   Patiënten-INFORMATIE. PatiŽnt-informatie betreffende verschillende urologische onderzoeken en behandelingen. 'Wat gebeurt er met me' en 'Hoe gaan ze het doen'.   Patiënten VERENIGINGEN. Adressen van de verschillende patiŽnt verenigingen in Nederland op het gebied van urologie.

NVU Patiëntenfolders: Stressincontinentie behandeling

(© ) Nederlandse Vereniging voor Urologie

Inleiding
In overleg met uw arts is besloten bij u een operatie te verrichten ter behandeling van uw incontinentieklachten. Doel van deze operatie is met name de klachten tengevolge van stressincontinentie (urineverlies bij inspanning) te verhelpen.
Bij stressincontinentie treedt ongewild urineverlies op bij plotselinge drukverhoging in de buik, zoals bij opstaan, bukken, tillen, hoesten, lachen of sporten.

normale situatie   stressincontinentie
De verhoogde buikdruk (en dan ook druk op de blaas) kan niet voldoende door de sluitspier van de blaas worden opgevangen en ongewild urineverlies is het gevolg.
Stressincontinentie gaat vaak gepaard met verzwakking van de bekkenbodemspieren bijv. ontstaan door overgewicht, na bevalling en na buikoperaties. Daarom zult u mogelijk al een behandeling hebben gehad gericht op versteviging van de bekkenbodem (fysiotherapie, oefentherapie, elektrostimulatie, biofeedback).
Ook kan, met name na de overgangsjaren, een tekort aan vrouwelijke hormonen (oestrogenen) een verminderde functie van de sluitspieren van de blaas tot gevolg hebben. Derhalve bent u mogelijk al met hormoontherapie (oestrogenen) behandeld. Bij een verzakking van de baarmoeder is mogelijk een pessarium (ring) geprobeerd.
Wanneer bovengenoemde behandelingen voor u niet geschikt zijn of gefaald hebben, is operatieve correctie een goed alternatief.
Andere vormen van urine-incontinentie zijn:
  • Urge(drang)incontinentie, waarbij urineverlies optreedt in samenhang met plotselinge en zeer sterke aandrang (urge) tot urineren.
  • Overloopincontinentie, waarbij druppelsgewijs urineverlies optreedt uit een overvolle blaas. Meestal treedt dit op tengevolge van een belemmering van de afvloed van de urine ( bijv. ter hoogte van de plasbuis) of bij een verzwakte blaasspier.
De diagnose stressincontinentie wordt gesteld naar aanleiding van uw klachtenpatroon en het lichamelijk onderzoek. Hiernaast kan aanvullend onderzoek worden verricht waarbij de functie van de blaas en het sluitingsmechanisme (urodynamisch onderzoek) onderzocht wordt.
Ook is het mogelijk de blaas te bekijken met speciaal instrumentarium (cystoscopie).
Vaak zult u verzocht worden een dagboek (mictielijst) bij te houden, waarin beschreven wordt wanneer u plast en onder welke omstandigheden u urine verliest.

Behandeling
Principe:
therapieOperatieve behandeling van stressincontinentie is gebaseerd op herstel van de positie van de blaas en de overgang van de blaas naar de plasbuis (blaashals) binnen de buikholte.
Deze nieuwe positie heeft tot gevolg dat bij drukverhoging (persen, hoesten, tillen etc.) de verhoogde druk ook overgebracht wordt op de blaashals zodat geen urineverlies kan optreden. Hiertoe wordt de blaas opgehangen aan de bindweefselbanden achter het schaambeen.
Techniek:
De operatie, die onder narcose verricht wordt, kan via twee toegangswegen geschieden, zowel via de buikholte als via de schede (vaginaal).
Indien via de buik wordt geopereerd spreken we van de operatie volgens Burch, naar de chirurg die deze techniek ontwikkeld heeft.
Indien via de schede geopereerd wordt zijn meerdere technieken mogelijk, meestal volgens Stamey of Raz. Allereerst wordt het gebied van de blaashals vrijgemaakt, aan weerszijden hiervan worden hechtingen geplaatst in het gebied van de schede die geknoopt worden aan stevige bindweefselbanden ter plaatse van het schaambeen of buikspieren. Aldus wordt het blaashalsgebied als het ware opgehangen en stevig verankerd.

Opname
Voor de duur van de operatie en het herstel blijft u 4 tot 8 dagen in het ziekenhuis.
Gedurende 1 tot 5 dagen na de operatie houdt u een catheter in de blaas om het wondgebied tot rust te laten komen en genezing mogelijk te maken. De urine passeert rechtstreeks via de catheter naar een urineopvangzak. Tevens heeft u (indien u via de buik geopereerd bent) enkele dagen een draintje voor afvloed van het wondvocht. Dit blijft ongeveer twee dagen aanwezig.
Op de tevoren afgesproken dag wordt de catheter verwijderd en kunt u zelf weer plassen. Vaak wordt, nadat u geplast heeft, bepaald of er nog urine in de blaas is achtergebleven. Dit kan met behulp van een catheter (slangetje in de blaas) of met een echoapparaat (geluidsgolven). Indien het plassen goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achterblijft mag u gewoonlijk naar huis.

Nabehandeling
Omdat de blaas vastgezet is aan bindweefselbanden, is het raadzaam gedurende 6 weken na de operatie niet zwaar te tillen of activiteiten te verrichten die gepaard gaan met een sterke drukverhoging in de buik.
Na ongeveer twee weken kunt u beginnen met licht werk. U moet wel voldoende rust houden. De volgende weken mag u geleidelijk aan meer gaan doen. Rustig zwemmen is toegestaan. ongeveer 6 weken na de operatie moet u in staat zijn uw normale werkzaamheden weer te hervatten.
Ten aanzien van de seksualiteit wordt als regel het advies gegeven met geslachtsgemeenschap te wachten tot ongeveer 6 weken na de operatie.

Complicaties
Direct na de operatie kunt u pijn hebben in het operatiegebied. Deze kan met medicamenten bestreden worden.
Ook kunt u een blauwverkleuring krijgen ter plaatse van het litteken. Soms treedt een urineweginfektie op. Deze kunnen met antibiotica behandeld worden.
Soms komt het voor dat het spontane plassen na verwijderen van de blaascatheter niet meteen op gang komt. Dit komt omdat de blaas zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. In nagenoeg alle gevallen komt na enkele dagen het plassen spontaan op gang. Soms dient tijdelijk gecatheteriseerd te worden om blaaslediging te waarborgen. In enkele ziekenhuizen wordt als voorzorgsmaatregel tijdens de operatie soms een catheter in de blaas achtergelaten die via de buikhuid naar buiten komt (suprapubische catheter). Aldus is plassen langs normale weg steeds mogelijk; indien er urine achterblijft is blaaslediging mogelijk via de suprapubische catheter.

Tot slot
Deze brochure betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal altijd door uw uroloog aan u kenbaar worden gemaakt. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u op werkdagen contact opnemen met de afdeling urologie.



 
HOME
© 2002-2017: UROlog.nl
- Public section
Last update: 22 February 2017.