Monday 20 October
SITE NAVIGATOR
Home (Public)
    Patient Info (NED)
SITE MAP
Browse the UROlog website

INFO SUPPORTED BY
     OUR SPONSORS
Prostaat, De Meest Gestelde Vragen Alles wat U altijd al over de prostaat wilde weten
Heldere antwoorden op veelgestelde vragen
Geschreven door UROlog redacteur en uroloog Joop Noordzij
Bestel het boek via bol.com
E-MAIL UROLOG
HONcode accreditation seal. We comply with the HONcode standard for health trust worthy information: verify here.
 
 

Patiënten informatie: BLAAS

URO SPECIAL. Special pages for special problems. Information on frequent urological problems. Impotence - Interstitial Cystitis - Vasectomy Reversal   NIER. Een inleiding over de vorm, ligging en grootte van de nieren en hun functie in het dagelijks leven van een mens. Over wat er mis kan gaan en hoe je daar achter komt. En wat er aan gedaan kan worden natuurlijk.   BLAAS. Waar zit-ie en waar dient-ie voor. Geeft de blaas weleens problemen en, zo ja, wat voor problemen dan wel. Wat voor onderzoek kun je doen. Welke oplossingen zijn er voor handen als de blaas niet goed functioneert.   PROSTAAT. Een, vooral voor ouderen, tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen echter niet weten waarvoor het dient of waar het precies in het lichaam is gelokaliseerd. Hoe kom je er achter of de prostaat het 'niet goed doet' of wellicht zelfs 'in de weg zit'. Hoe kunnen problemen worden opgelost. Inclusief een zelf-test om plasproblemen te kunnen inschatten.   PENIS. Een, vooral voor jongeren tot de verbeelding sprekend orgaan, waarvan velen wel weten waarvoor het dient en waar het te vinden is. Wat een flink aantal mensen niet weten is hoe het (hij) werkt en wat de mogelijkheden zijn als het (hij) niet werkt.   TESTIKEL. Evenals de nieren een dubbel uitgevoerd orgaan dat twee functies in zich verenigt. Wat kan er mis gaan, en hoe kunnen we dat oplossen. Hoe kun je de functie testen.   UROLOGIE. Wat is een uroloog eigenlijk voor iemand, wat doet hij/zij. Welk stuk van het lichaam behoort tot het 'gebied' van het specialisme urologie. Tevens de plaats voor de verantwoording van de Urologie Pagina.   Patiënten-INFORMATIE. PatiŽnt-informatie betreffende verschillende urologische onderzoeken en behandelingen. 'Wat gebeurt er met me' en 'Hoe gaan ze het doen'.   Patiënten VERENIGINGEN. Adressen van de verschillende patiŽnt verenigingen in Nederland op het gebied van urologie. UROPANEL. Vragen stellen aan het urologie panel.

Blaas

Top OMHOOG OMLAAG

Anatomie

BLAASDe urineblaas is min of meer bolvormig en bevindt zich, aan het eind van de twee urineleiders, onderaan de buik, achter het schaambeen. Vol kan de blaas gemiddeld zo'n 400 ml. urine bevatten; leeg is-ie niet veel groter dan een biljartbal. De beide urineleiders komen van de zijkant de blaas binnen. Ze lopen eigenlijk schuin door de blaaswand heen, zodat ze, als de blaas voller wordt een beetje plat gedrukt worden; op die manier wordt een soort ventiel gevormd dat verhinderd dat urine kan terugstromen naar de nier. De inmonding van de urineleiders ligt vrij laag in de blaas, vlakbij de uitgang. Er ontstaat zo een soort driehoekje (Latijn: trigonum) met op de punten respectievelijk de beide openingen van de urineleiders en de blaasuitgang, oftewel het begin van de plasbuis (Latijn: urethra).
Hoewel de blaas onderaan de buik ligt, ligt hij er eigenlijk niet in: met de darmen heeft de blaas niets te maken, en het is mogelijk om operatief de blaas open te maken zonder de buikholte zelf te hoeven openen. Bij de man loopt de endeldarm direct achter de blaas langs, terwijl de prostaat vlak eronder is gemonteerd, om de plasbuis heen. Bij de vrouw ligt uiteraard de baarmoeder (Latijn: uterus) en schede (Latijn: vagina) tussen blaas en endeldarm in. Overigens is de plasbuis bij de vrouw (die heeft immers geen penis) tamelijk kort: slechts enkele centimeters.
Van beide kanten komen diverse bloedvaten om de blaas van bloed te voorzien, zodat het orgaan, in noodgevallen - bijvoorbeeld na een ongeval - , best een paar bloedvaten kan missen voordat er problemen ontstaan. Ook de zenuwvoorziening is ruim; er loopt een heel netwerk van kleine zenuwtjes naar de blaas toe èn er vanaf. Zelfs is er voorzien in een aantal zenuwcellen ter plaatse, zodat een gedeelte van de besturing van de blaas ter plekke wordt geregeld.

Top OMHOOG OMLAAG

Functie

De urineblaas is een relatief simpel orgaan. De urine, die door de nieren wordt geproduceerd, wordt via de urineleiders naar de blaas getransporteerd om daar tijdelijk te worden opgeslagen. De blaas fungeert dus als een tijdelijke opslagruimte voor urine, zodat wij mensen niet de gehele dag urine verliezen. Blijkbaar was het in de evolutie belangrijk dat wij op deze wijze de urine konden bewaren; waarschijnlijk zouden we in de natuur door voortdurend verlies van urine een te gemakkelijk op te sporen prooi zijn geweest voor roofdieren.
Een tweede belangrijke functie van de blaas is het uitdrijven van de opgeslagen urine, zodra daar een gelegenheid (bijvoorbeeld een toilet) voor is. Om dit vlot te laten gebeuren is de blaaswand voorzien van een spierlaag, die in staat is zichzelf, de blaas dus, tot een klein balletje samen te knijpen. Het legen van de blaas lijkt een eenvoudig gebeuren, maar dat is het niet. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, gebeurt e.e.a. niet door de buikspieren. Persen (dus: de buikspieren aanspannen) is eigenlijk vrij ineffeciënt vanuit het oogpunt van blaaslediging. Door persen wordt weliswaar de druk op de blaas verhoogd, en dus de urinestraal krachtiger gemaakt, maar tevens wordt ook de plasbuis erdoor wat samengeknepen, waardoor de urine moeilijker de blaas uit komt. Daarom heeft de natuur de blaas zelf een spierlaag gegeven om zo de urine efficiënt uit de blaas te verwijderen. Tegelijkertijd moet echter ook de sluitspier van de blaas, die zich om de plasbuis bevindt, worden ontspannen: als je de kraan niet open zet, dan komt er niets uit.
Gelukkig hoeven we daar bij het plassen niet bij na te denken; alles gebeurt automatisch en wordt vanuit het ruggemerg geregeld. Hèt gevoelige plekje in de blaas is het driehoekje tussen de plasbuis en de beide urineleiders, het trigonum. Op een gegeven moment wordt de blaas zo vol dat ook dit gebiedje iets wordt uitgerekt; U krijgt dan, via de gevoelszenuwen in dit driehoekje, een seintje dat de blaas vol begint te worden. Naarmate de blaas voller wordt zullen de signalen steeds heftiger worden om U ertoe te bewegen de blaas te legen; als U zich echter blijft verzetten (of, bijvoorbeeld na een alcoholrijk feestje, niet wakker wordt) zal het regelcentrum in het ruggemerg op een gegeven moment de zaak van U overnemen en het plasmechanisme zelf aanzetten: het plassen gaat dan volautomatisch door tot de blaas leeg is. Babies plassen altijd volautomatisch; pas op latere leeftijd leren we de signalen van de blaas te begrijpen en worden we zindelijk.

Top OMHOOG OMLAAG

Ziekten en Klachten

Ziekten van de blaas kunnen worden verdeeld in een aantal categoriën:

  • Ziekten van de blaas zelf.
    1. Blaaskanker. Bij kwaadaardige tumoren van de blaas is er sprake van kanker van de binnenbekleding van de blaas. Deze zogenaamde poliepen zien er meestal uit als paddestoelen (met een steeltje). Ook goedaardige poliepen komen wel in de blaas voor, maar eigenlijk alleen bij jonge mensen (onder de twintig). Blaaskanker verraadt zich meestal doordat het fragiele kankerweefsel gemakkelijk bloedt, resulterend in een rode verkleuring van de urine. Hoewel zoiets toch een alarmerend teken is, gaan veel mensen die bloed in de urine zien hiermee niet direct naar de dokter; de bloeding houdt vaak vanzelf weer op, en het kan weken tot maanden 'rustig' blijven - de tumor groeit echter in de tussentijd wel door.
      Zolang de kanker beperkt blijft tot de binnenbekleding kan e.e.a. meestal relatief gemakkelijk worden verwijderd. Het komt echter geregeld weer terug, zodat regelmatige controles gedurende jaren noodzakelijk zijn.
      Indien de blaaskanker niet behandeld wordt, dan kan het dieper in de blaaswand doorgroeien, en ook uitzaaien, bijvoorbeeld naar de lymfeklieren. Als het zover komt, dan wordt een behandeling uiteraard moeilijker.
      De binnenbekleding van de blaas is van het zelfde type als dat van de urineleiders en het nierbekken. Bij controles wegens een blaastumor zullen dan ook vaak foto's van nieren en urinewegen worden gemaakt om zeker te zijn dat ook daar geen tumoren zijn ontstaan.
    2. Blaasontsteking. Een infectie van de blaas behoort tot de meest voorkomende infecties bij de mens. Bacteriën komen gemakkelijk via de plasbuis in de blaas, vooral bij de vrouw (die van nature een korte plasbuis heeft). Normaliter worden de bacteriën met de urine weer gemakkelijk uit de blaas gespoeld, maar in sommige gevallen (weinig drinken/plassen, veel bacteriën, agressieve bacteriën, verminderde weerstand tijdens griep) kan toch een infectie ontstaan. Het zijn meestal 'eigen' bacteriën (bijvoorbeeld uit het darmkanaal) maar er kunnen natuurlijk ook 'vreemde' bacteriën (geslachtsziekten) in het spel zijn. Bij de man komt een blaasontsteking minder vaak voor (want hij heeft een langere plasbuis en dus een wat minder 'bereikbare' blaas). Als een man een blaasontsteking krijgt, dan is er vaak meer aan de hand: (blaas-)stenen, prostaatvergroting, etc. Ook leidt een blaasontsteking bij de man vaak tot een prostaatontsteking of een bijbalontsteking.
    3. Blaasstenen ontstaan meestal niet in de blaas zelf. Het zijn vaak nierstenen, die via de urineleider in de blaas terecht gekomen zijn. Hoewel die relatief kleine stenen, in verhouding tot de breedte van de plasbuis, normaliter gemakkelijk worden uitgeplast, kan het vóórkomen dat ze, bijvoorbeeld door een vergrote, in de weg zittende prostaat, de blaas niet uit kunnen en groter worden (aangroeien). Blaasstenen komen vooral bij mannen voor. Een blaassteen kan als het ware geïmpregneerd zijn met bacteriën, zodat een blaasontsteking slechts kan genezen als de blaassteen is verwijderd.
    4. Interstitiële cystitis, ook wel 'blaaspijnsyndroom' of kortweg 'IC' genoemd, is een nog grotendeels onbegrepen ziekte van de blaas die gepaard gaat met verschijnselen van een blaasontsteking, vaak plassen, pijn in de onderbuik en soms bloed in de urine, terwijl geen sprake is van een bacteriële infectie.
  • Ziekten betreffende de functie van de blaas.
    Enerzijds kan het voorkomen dat de blaasspier verslapt is, waardoor de blaas tijdens het plassen niet leeg komt. Anderzijds kan het zijn dat de blaas als het ware té actief is, of té gevoelig, waardoor sommige mensen heel vaak moeten plassen of zelfs urine verliezen. Of de sluitspier van de blaas is te slap, waardoor eveneens urineverlies (incontinentie) kan optreden.

Top OMHOOG OMLAAG

Onderzoek

Er zijn diverse mogelijkheden om de blaas te onderzoeken. Niet alle onderzoeken zijn uiteraard altijd nodig. Over het algemeen zal de uroloog op basis van te verwachten afwijkingen een keuze maken. Ook is het niet zo dat de meest moderne onderzoeken altijd beter zijn dan de al langer bestaande. In sommige gevallen kunnen de nieuwere onderzoeken aanvullende informatie bieden, maar dit gaat niet altijd op; zo is een CT-scan bijvoorbeeld zeer geschikt om nierkanker goed in kaart te brengen, maar kan het soms lastig zijn op die manier een blaastumor of een blaassteen te vinden die bij een cystoscopie of op een 'gewone' Röntgenfoto gemakkelijk te zien is. Hieronder volgen een aantal vaak verrichte onderzoeken. Er zijn er nog meer, maar dat zou de lijst te lang maken.

  • Bloedonderzoek:
    1. Is er een infectie in het lichaam (bijvoorbeeld in de nieren, blaas of prostaat)? Hiervoor zijn bijvoorbeeld de meting van de bloedbezinking en het aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) belangrijk.
    2. Hoe staat het met stoffen waarvan we weten dat ze in verhoogde hoeveelheden soms aanleiding kunnen geven tot nier- en/of blaassteenvorming? Bijvoorbeeld urinezuur en calcium (kalk).

  • Urineonderzoek:
    1. Is er een infectie van de blaas? Vaak is aan de urine niet te zien waar in de urinewegen (nieren, blaas, prostaat) de infectie precies zit, maar soms verraadt een nierinfectie zich door grote hoeveelheden witte bloedcellen, dat zijn afweercellen tegen infecties, in de urine. Doorgaans is een blaasontsteking minder heftig en zijn de aantallen witte bloedcellen ook kleiner.
    2. Zit er bloed in de urine? Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij infecties, maar ook bij nier- en/of blaaskanker.
    3. Zit er veel calcium of urinezuur (of andere steenvormende stoffen) in de urine, zodat de kans op blaasstenen groter is?
    4. Hoe zit het met de zuurgraad van de urine? De urine behoort, als bescherming tegen infecties iets zuur te zijn.
  • Röntgenfoto's. Op een 'gewone' Röntgenfoto kun je vaak zien of iemand een blaassteen heeft. De blaas zelf is echter op zo'n foto niet te zien.
  • X-IVPBij een cystogram (cyst=blaas, grafie= afbeelding) wordt via een catheter (een slangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gelegd) de blaas met een vloeistof gevuld die op een Röntgenfoto zichtbaar is Hiermee kunnen grotere tumoren zichtbaar worden, terwijl, na legen van de blaas, tevens beoordeeld kan worden in hoeverre de blaas leeg komt. Bij een IVP (intraveneus pyelogram) krijg je het cystogram er 'gratis' bij.
  • Middels een echografie kan de blaas met ultrageluidsgolven (dus onhoorbaar en niet voelbaar) worden afgetast. Door de buikwand heen is de (gevulde) blaas heel goed te zien en kunnen vaak ook andere organen, zoals de baarmoeder en eileiders bij de vrouw, worden bekeken. De grootte van de blaas kunnen worden beoordeeld, er kan gemakkelijk worden gezien of de blaas na het plassen goed leeg is gekomen en stenen en grote tumoren vallen goed op.
  • CYSTOSCOPIE


    Bij een cystoscopie wordt via de plasbuis met een rechte (starre) of slappe (flexibele) kijker in de blaas gekeken. Dit is wellicht het belangrijkste onderzoek van de blaas, omdat daarmee zowel de aanwezigheid van stenen of blaastumoren kan worden vastgesteld, terwijl - en passant - meteen de plasbuis zelf en de prostaat kunnen worden beoordeeld. Ook is het mogelijk om tijdens dit onderzoek een indruk te krijgen omtrent de conditie (de sterkte) van de blaas.
  • Door middel van een urodynamisch onderzoek kan de functie van de blaas worden getest. Bij dit onderzoek wordt, nadat de blaas is geleegd, een dun slangetje via de plasbuis in de blaas gebracht, waardoor, in een langzaam tempo (druppelsgewijs), de blaas weer wordt gevuld terwijl tegelijkertijd de mate van vulling en de blaasdruk worden gemeten. Zo is het mogelijk om te weten te komen hoe groot de blaas is, wanneer men aandrang krijgt om te plassen (gevoeligheid van de blaas) en wat er gebeurt tijdens het plassen. Het onderzoek is vooral belangrijk om de conditie van de blaas te beoordelen en om de oorzaak van incontinentie, urineverlies, op te sporen. Het is geen pijnlijk onderzoek, wel oncomfortabel (en nat).

Top OMHOOG

Behandeling

Het is onmogelijk om hier alle mogelijke behandelingsvormen voor verschillende ziekten van de blaas te vermelden. Daarom zal worden volstaan met enkele veel voorkomende ziektebeelden.

  • Blaasontsteking.
    De behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Is er alleen maar sprake van een blaasontsteking, dan is een behandeling met antibiotica (penicilline of andere antibiotica) noodzakelijk. Soms is er echter meer aan de hand. Zo kan er sprake zijn van een blaassteen die met bacteriën is 'geïmpregneerd'. In dat geval moet ook de steen worden behandeld. Of er is sprake van een afvloedbelemmering door een vernauwing van de plasbuis of een prostaatvergroting. Er blijft dan regelmatig na het plassen urine in de blaas achter, waardoor de kans groot is dat de infectie weer terugkomt.
    Ook als bijvoorbeeld de prostaat mee ontstoken is zal de blaas telkens weer geïnfecteerd raken.
    Ook kan er sprake zijn van een verminderde weerstand tegen blaasontstekingen, bijvoorbeeld doordat de urine niet zuur genoeg is.
    De meest voorkomende oorzaak van een blaasontsteking is onvoldoende plassen. Als dit schoonmaak-mechanisme van de blaas wordt verstoord, bijvoorbeeld door overmatig transpireren tijdens warme zomerdagen, dan zal de blaas onvoldoende worden schoongespoeld, waardoor bacteriën de kans krijgen zich te vermenigvuldigen.
  • Blaassteen.
    Als de steen niet te groot is (niet groter dan enkele centimeters), dan kan deze over het algemeen met behulp van een kijkbuisje via de plasbuis worden kapot gemaakt en verwijderd. Op deze wijze kan de steen in de blaas met een trilsonde worden vergruisd en het gruis vervolgens uitgespoeld. Grotere stenen dienen echter soms nog via een operatie verwijderd te worden. Ook moet er aan gedacht worden een eventuele oorzaak van de steen (nierstenen, een vergrote prostaat) te behandelen, anders komt de steen weer snel terug.
  • BLAASTUMORBlaaskanker.
    De behandeling van blaastumoren is sterk afhankelijk van de grootte en de mate waarin ze in de blaaswand zijn doorgegroeid. Tevens is het belangrijk te weten of er uitzaaiingen zijn. Een oppervlakkige, niet uitgezaaide tumor kan vrij gemakkelijk via de plasbuis worden verwijderd (TURT: TransUrethrale Resectie Tumor); in de blaas rest daarna slechts een klein littekentje. Frequente controle middels cystoscopie is noodzakelijk om eventuele nieuwe tumoren tijdig te kunnen verwijderen.
    In het geval van een diep in de blaaswand doorgegroeide tumor is het niet meer mogelijk om deze via de plasbuis geheel te verwijderen. In dat geval zal een operatie noodzakelijk zijn, waarbij een deel van de blaas, met daarin de tumor, moet worden verwijderd. Vaak zal in dat soort gevallen de gehele blaas moeten worden verwijderd, waarna de urineleiders via een stukje darm op de buikhuid uitkomen (stoma).Dit is een grote operatie, die bij sommige mensen wegens hun lichamelijke conditie niet geschikt is. In die gevallen kan besloten worden tot bestraling.
    In voorkomende gevallen kan ook besloten worden tot een aanvullende behandeling met medicijnen, of kan een operatie gecombineerd worden met bestraling.
    Indien de (oppervlakkige) blaastumoren vaak terugkomen, kan soms met blaasspoelingen met een tumordodend middel getracht worden om deze frequentie terug te brengen; het is met deze middelen helaas niet mogelijk om de blaastumoren te genezen - wel lukt het vaak om te bereiken dat ze aanzienlijk minder vaak de kop opsteken.
  • Urineverlies.
    De behandeling van incontinentie is ook sterk afhankelijk van de oorzaak. Als het veroorzaakt wordt door een zeer gevoelige blaas (de patiënt moet dan ook meestal erg vaak plassen en kan de urine dan soms niet meer ophouden), dan is een behandeling met medicijnen, die de blaas wat rustiger maken, vaak de beste oplossing. Als het probleem schuilt in een slappe sluitspier, dan is er een keuze. Ofwel oefentherapie, al of niet onder begeleiding van de fysiotherapeut, dat tot doel heeft om de sluitspier sterker te maken. Deze behandeling is langdurig en vraagt veel inzet van de patiënt; bij volhouden blijft het effect echter vaak levenslang bestaan. Bij de andere oplossing, een operatie, is dat helaas vaak niet het geval. Door een operatie kunnen de weefsels rondom de sluitspier strak getrokken worden, waardoor direct na de ingreep resultaat is bereikt; na verloop van tijd verslapt het weefsel echter toch weer, zodat na enkele jaren vaak een nieuwe ingreep noodzakelijk is. Veel patiënten kiezen echter toch voor de operatie, waarschijnlijk omdat dat makkelijker is en eigen inzet niet nodig is...
    Tegenwoordig zijn er simpelere operatieve oplossingen. Zo is het mogelijk om een kunststof bandje als een soort hangmatje onder de plasbuis te plaatsen om op die manier het te slappe weefsel te ondersteunen. Het bandje (TVT: Tensionfree Vaginal Tape) kan middels een kleine snede in de vagina en een tweetal kleine sneetjes juist boven het schaambeen of in de liezen worden geplaatst. Meestal onder verdoving met een prik in de rug of zelfs plaatselijk. De meeste patiënten gaan dezelfde of de volgende dag weer naar huis. Een andere oplossing is het inspuiten van een gel-achtige substantie juist onder het slijmvlies in de plasbuis. Daardoor wordt de plasbuis als het ware een beetje dichtgedrukt, waardoor het urineverlies vermindert.
    De anatomie en de precieze aard van het urineverlies bepaalt welke oplossing bij een bepaalde patiënt het beste is.


 
HOME
© 2002-2014: UROlog.nl
- Public section
Last update: 14 July 2010.