 |
 |
 |
 |
SITE MAP
Browse the UROlog website
| 
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Alles wat U altijd al over de prostaat wilde weten
|
Heldere antwoorden op veelgestelde vragen
Geschreven door UROlog redacteur en uroloog Joop Noordzij Bestel het boek via bol.com
|
 |
 |
 |
 |
|
|
 |
|
 |
 |
Sponsor News
With the help of our sponsors, we've decided to start a news column dedicated to important features for everyday urology. The newest items will be listed on top. Depending on the news items and their source, these will be publisde in either English or Dutch.
Sponsor News
- Vesicare of Detrusitol bij overactieve blaas? - In een internationale studie wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds solifenacine (Vesicare) en anderzijds tolterodine ER (Detrusitol) bij patiënten die minimaal 3 maanden symptomen hadden van een overactieve blaas (urge incontinentie). Belangrijkste conclusie uit deze STAR studie is dat behandeling met solifenacine een significant beter effect geeft dan tolterodine (4mg 1 maal daags) op de meeste symptomen van overactieve blaas. De klassieke bijwerkingen (droge mond, constipatie en wazig zien) kwamen bij beide groepen in vergelijkbare mate voor en waren meestal mild tot matig van aard. Het aantal patienten dat voortijdig met de studie stopte was ook vergelijkbaar voor beide groepen; 5,9 % in de solifenacine-groep en 7,3% in de tolterodine groep.
Tijdens het recente EAU congres te Istanbul werden door Chris Chapple uit Sheffield de resultaten van de STAR-studie gepresenteerd. In deze dubbelblinde gerandomiseerde internationale studie wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds een flexibele dosering van solifenacine (Vesicare) 5 mg en 10 mg en anderzijds tolterodine ER (Detrusitol) 4 mg bij patiënten die minimaal 3 maanden symptomen hadden van een overactieve blaas.
De voornaamste doelstelling van deze studie was een vergelijking te maken wat betreft effect en veiligheid tussen de flexibele dosering solifenacine (5mg, 10 mg) en tolterodine ER 4 mg. Verder werd gekeken naar de nevenwerkingen bij gebruik van deze medicijnen en naar het percentage patienten dat het nodig vond om over te schakelen op een hogere dosering.
De studie werd uitgevoerd in 17 landen in Europa (Belarus, België , Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Nederland, Noorwegen, Oekraïne, Rusland, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden). Er waren in totaal 117 afdelingen bij het onderzoek betrokken en 1355 patiënten werden geincludeerd.
Alle patiënten startten met een enkelblinde placebo gecontroleerde inloopfaze van 2 weken en werden daarna gerandomiseerd voor 12 weken dubbelblinde behandeling met ofwel solifenacine 5 mg of detrusitol ER 4 mg. Na 4 weken konden de patiënten op basis van hun symptomen er voor kiezen om door te gaan met de oorspronkelijke dosering ofwel deze op te hogen waarbij de solifenacine groep voor de resterende 8 weken 10 mg solifenacine ontving en de tolterodine groep verder ging met tolterodine 4mg plus een placebo tablet.
Met deze STAR-studie werd de voornaamste doelstelling gerealiseerd namelijk het aantonen van niet-inferioriteit van solifenacine t.o.v. tolterodine ER voor wat betreft het primaire eindpunt namelijk de reductie van de mictiefrequentie ( 2.45 vs. 2.41, p=0.0041. Voor de secundaire eindpunten incontinentie episodes, urgency incontinentie, urgency en het geplaste volume scoorde de solifenacin groep zelfs beter dan tolterodine ER. Het is bekend dat urgency incontinentie een van de meest vervelende symptomen is voor de patiënt en op dit punt scoorde solifenacin 65% beter dan tolterodine (geschatte verschil = 0.538, p=0.001). Van de patiënten die incontinent waren bij aanvang van de studie werd uiteindelijk een hoger percentage droog met solifenacine dan met tolterodine (59% vs 49%, p=0.006).
De klassieke nevenwerkingen die verwacht kunnen worden bij middelen met een antimuscarine werking (droge mond, constipatie en gestoorde visus) kwamen bij beide groepen in vergelijkbare mate voor en waren meestal mild tot matig van aard. Ook het percentage patiënten dat met de behandeling stopte op basis van nevenwerkingen , was vergelijkbaar en bedroeg in beide groepen minder dan 5%.
Chris Chapple, Consultant Urologist van het Royal Hallamshire Hospital, UK die de hoofdonderzoeker was van deze studie concludeerde op basis van deze studie als volgt:
Dit is een belangrijke studie op het gebied van de overactieve blaas. Deze studie werd uitgevoerd volgens de meest recente en strikte aanbevelingen van de International Consultation on Incontinence Expert Committee on Pharmacotherapy. De STAR studie produceert heel duidelijke resultaten en laat toe te concluderen dat behandeling met solifenacine superieure effecten heeft tov tolterodine op de meeste symptomen van overactieve blaas.'
Astellas Pharma Inc., Japan is the parent company of the Astellas Pharma group of companies, formed from the merger of Yamanouchi Pharmaceutical Co., Ltd and Fujisawa Pharmaceutical Co., Ltd
- MTOPS studie - Gepresenteerd tijdens de 'Annual Meeting of the AUA 2002'.
In de MTOPS-studie, de grootste en langste studie naar medicamenteuze behandeling van BPH, werd het langetermijneffect van de combinatie finasteride en doxazosine en van de middelen apart op de progressie van BPH onderzocht.1
De werking van alfablokkers berust op een verlaging van de tonus van het in de blaashals en prostaat aanwezige gladde spierweefsel. Deze tonus wordt gereguleerd via adrenerge alfa-1-receptoren van het sympatische systeem.
De 5-alfa-reductaseremmer finasteride remt de omzetting van dihydrotestesteron uit testesteron, waardoor de endocrien gestimuleerde groei van de prostaat wordt geremd. Deze therapie leidt tot een verkleining van het prostaatvolume.
Op grond van deze verschillende werkingsmechanismen wordt bij de combinatie van een alfablokker met finasteride een versterkend effect verwacht.2
Mede op basis van de MTOPS-resultaten heeft de American Urological Association over de combinatietherapie in de recent opgestelde richtlijnen voor "Management of BPH (2003)" in hoofdstuk 1, pagina 25 het volgende opgemerkt:
"The combination of an alpha-adrenergic receptor blocker and a 5-alpha-reductase inhibitor (combination therapy) is an appropiate and effective treatment for patients with LUTS associated with demonstrable prostatic enlargement".
Voor meer informatie over deze richtlijnen verwijzen wij u naar de betreffende internet site:
https://shop.auanet.org/timssnet/products/guidelines/bph_management.cfm
MTOPS
McConnel e.a. doen melding van de resultaten van de Medical Therapy of Prostatic Symptoms (MTOPS) trial, een prospectief, gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd klinisch multicenteronderzoek, gefinancierd door het National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases (onderdeel van de National Institutes of Health). 1
MTOPS was een Amerikaans multicenteronderzoek waarin 3047 mannen willekeurig werden toegewezen aan 4 behandelingsgroepen: een combinatie van finasteride en doxazosine, finasteride, doxazosine, of placebo. Deelnemers werden minimaal 4 jaar en maximaal 6 jaar gevolgd met een gemiddelde follow-up van 4,5 jaar.
Het primaire eindpunt van MTOPS was beoordeling van het langetermijneffect van medicamenteuze behandeling van BPH met de combinatie finasteride en doxazosine, finasteride, of de alfablokker doxazosine op de klinische progressie van BPH, gedefinieerd als hetzij een stijging ten opzichte van baseline van de American Urological Association (AUA)-symptoomscore van 4 of meer punten, het optreden van acute urineretentie, incontinentie, nierinsuffiëntie wegens BPH, of recidiverende urineweginfecties.
De secundaire eindpunten van MTOPS waren verbetering van de AUA-symptoomscore, verandering in flow-rate, en cross-over naar invasieve therapie.
De inclusiecriteria voor deelname aan het onderzoek waren: mannen in de leeftijd van 50 jaar of ouder, een AUA-symptoomscore van 8 of meer maar 30 of minder, en een maximale urineflow van minstens 4 ml/s, maar niet meer dan 15 ml/s, met een mictievolume van minstens 125 ml.2 De gemiddelde kenmerken bij baseline waren: AUA-symptoomscore 16,9 ± 5,9, maximale urineflow 10,5 ± 2,5 ml/s, en prostaatvolume 36 ± 20 cc. 15% van de patiënten had ten tijde van de randomisatie een prostaatvolume < 20 cc, terwijl 17% van de patiënten een volume > 50 cc had.
Resultaten
McConnel e.a. meldden dat in vergelijking met placebo, het risico op klinische progressie van BPH door de combinatie finasteride en doxazosine met 66% werd verminderd, door finasteride met 34% en door doxazosine met 39%.1 Het risico op urineretentie werd in vergelijking met placebo door de combinatie finasteride en doxazosine met 81% verminderd, door finasteride met 68. Het resultaat met doxazosine was niet significant verschillend met placebo. Het risico op invasieve therapie werd in vergelijking met placebo door de combinatie finasteride en doxazosine met 67% verminderd, door finasteride met 64%. Het resultaat met doxazosine was niet significant verschillend met placebo).
De langetermijnverdraagbaarheid van de combinatietherapie met finasteride en doxazosine kwam overeen met die van onderzoeken met de middelen afzonderlijk.
Geconcludeerd werd door McConnell dat de combinatie van een alfablokker en finasteride de meest effectieve BPH-therapie is voor afname van het risico op klinische progressie van BPH, het verbeteren van de AUA-symptoomscore en de maximale urineflow.
PROSCAR is aangewezen voor de behandeling van symptomatische BPH bij mannen met een vergrote prostaat ter verbetering van de symptomen, vermindering van het risico op acute urineretentie en vermindering van het risico op de noodzaak tot chirurgie waaronder TURP en prostatectomie; behandeling van benigne prostaathyperplasie (BPH) en preventie van urologische complicaties zoals acute urineretentie en van prostaatchirurgie bij patiënten met matige tot ernstige symptomen van BPH en een vergrote prostaat.
Voor de actuele, volledige productinformatie van 'Proscar' verwijzen wij u graag naar onze website (www.msd.nl) of de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (www.cbg-meb.nl).
Referenties:
- McConnel, J.D.: The long-term Effect of Doxazosin, Finasteride, and Combination Therapy on the Clinical Progression of Benign Prostatic Hyperplasia, The New England Journal of Medicine, 349, 25, 2003
- Beek van de, C. e.a. Bemoeilijkte mictie, Urologie, Bangma C.H., Houten, Bohn Stafleu van Lochum, 83-93, 2002
Indien u de referenties wenst te ontvangen kunt u contact met MSD opnemen via telefoon: 023-5153336 of via faxnummer: 023-5148083
MERCK SHARP & DOHME BV, Mw. N. Schrameijer, arts, Manager Medical Services
|
 |
 |
|
 |
|